Het echte rendement van je portfolio berekenen

Winst delen door inleg geeft het verkeerde antwoord zodra je tussentijds hebt bijgestort. Zo bereken je wat je beleggingen werkelijk hebben opgeleverd, met een uitgewerkt voorbeeld.

Gylder Team5 min lezenLees met AI

Het rendement van je beleggingen is niet je winst gedeeld door je inleg. Die berekening klopt alleen als je aan het begin één bedrag hebt gestort en daarna niets meer hebt gedaan. Heb je tussentijds bijgestort of opgenomen, en dat doet vrijwel iedereen, dan geeft die som een te laag antwoord.

De reden is eenvoudig: geld dat je pas in juli hebt gestort, heeft geen heel jaar de tijd gehad om iets te doen. Je moet dus niet alleen meewegen hoeveel je hebt ingelegd, maar ook hoe lang dat geld er was.

Waarom de simpele methode misleidt

Neem een concreet jaar:

DatumGebeurtenisBedrag1 januariStartinleg€ 10.0001 juliBijstorting€ 5.00031 decemberEindwaarde€ 16.200

De voor de hand liggende berekening: je hebt € 15.000 ingelegd en er staat € 16.200, dus € 1.200 winst op € 15.000. Dat is 8%.

Maar die € 5.000 stond er pas een half jaar. Reken je mee hoe lang elk bedrag aanwezig was, dan is het gemiddeld belegde vermogen niet € 15.000 maar ongeveer € 12.500. Dezelfde € 1.200 winst op € 12.500 is 9,6%.

Dat verschil van anderhalf procentpunt is geen afrondingsfout. Het is het verschil tussen "wat heb ik in totaal gestort" en "hoeveel geld heeft er werkelijk voor mij gewerkt".

Twee eerlijke antwoorden

Vraag wat een portfolio heeft opgeleverd en er zijn twee verdedigbare antwoorden. Ze wijken van elkaar af, soms flink, en geen van beide is fout.

Tijdgewogen rendement meet hoe de beleggingen het deden, los van wanneer jij geld inlegde. Dit is het cijfer dat je naast een index legt.

Geldgewogen rendement meet hoe jij het deed, inclusief het effect van je timing. Dit is wat je banksaldo heeft ervaren.

Het klassieke voorbeeld: stel dat een fonds eerst 50% daalt en daarna verdubbelt. Over de hele periode staat het fonds op nul, dus het tijdgewogen rendement is 0%. Legde jij een klein bedrag in bij de start en een groot bedrag op het dieptepunt, dan is jouw geldgewogen rendement flink positief. Het fonds ging nergens heen. Jij deed het goed. Allebei waar.

Welke moet je gebruiken?

Je wilt wetenGebruikHoe presteerde deze belegging of strategie?TijdgewogenWat heeft mijn geld verdiend?GeldgewogenHoe doe ik het tegen een benchmark?TijdgewogenIk stort maandelijks in, hoe sta ik ervoor?Geldgewogen

Voor iemand die elke maand automatisch inlegt, is het geldgewogen cijfer meestal het eerlijkere antwoord op "hoe doe ik het".

Zo reken je het geldgewogen rendement uit

Het geldgewogen rendement is een intern rendement, in Excel bekend als de functie XIRR. Je zet je kasstromen op een rij met hun datum:

  1. Aankopen zijn geld dat naar binnen gaat, en noteer je negatief.
  2. Verkopen en dividenden zijn geld dat naar jou terugvloeit, en noteer je positief.
  3. De waarde aan het begin van de periode telt als geld in, de waarde aan het eind als geld uit.
  4. XIRR lost vervolgens het jaarpercentage op dat al die bedragen op nul laat uitkomen.

Voor het voorbeeld hierboven levert dat 9,6% op, precies zoals de benadering met gemiddeld belegd vermogen al liet zien.

Eén beperking is goed om te kennen: de vergelijking heeft alleen een oplossing als er minstens één bedrag in en één bedrag uit gaat. Wisselen je kasstromen nooit van teken, dan is er geen betrouwbaar antwoord, en is een streepje eerlijker dan een zelfverzekerd verkeerd getal.

Waar het handmatig alsnog misgaat

Ook wie de juiste formule gebruikt, loopt in de praktijk tegen vier dingen aan.

Dividend vergeten. Uitgekeerd dividend is rendement, ook als het op je rekening bleef staan in plaats van herbelegd te worden. Laat je het weg, dan onderschat je structureel.

Kosten weglaten. Transactiekosten, valutakosten en servicekosten drukken je werkelijke rendement. Ze staan zelden in dezelfde overzichten als je koersen.

Valuta. Een Amerikaans aandeel dat in dollars 10% steeg, kan in euro's 4% hebben opgeleverd of 16%, afhankelijk van de wisselkoers. Reken je in euro's, dan moet elke aankoop tegen de koers van dát moment worden omgerekend.

Splitsingen, fusies en herbeleggingen. Een aandelensplitsing verandert je aantal stukken zonder dat je iets bent opgeschoten. Wie dat in een spreadsheet handmatig bijhoudt, heeft één moment van onoplettendheid nodig om zijn hele historie scheef te zetten.

Dit is de eigenlijke reden dat de meeste spreadsheets na een jaar of twee onbetrouwbaar worden. Niet omdat de formule fout is, maar omdat het bijhouden van alle gebeurtenissen erachter een baan op zich wordt.

Automatisch, uit je eigen transacties

Gylder berekent het geldgewogen rendement uit je werkelijke kasstromen, met dezelfde conventie als XIRR, en laat het zowel over de hele periode als per jaar zien. Daarnaast staat er hoeveel je netto hebt ingelegd, zodat het onderscheid tussen "wat ik erin stopte" en "wat het opleverde" zichtbaar blijft.

Het tijdgewogen cijfer wordt apart gebruikt voor alles wat je naast een benchmark legt, en voor de risicomaatstaven zoals de Sharpe ratio en de volatiliteit. Dat is precies waarom die twee reeksen naast elkaar bestaan.

Twee dingen om te weten bij het lezen:

De gekozen periode bepaalt elk cijfer op het scherm. Verander je het datumbereik van 1 jaar naar 5 jaar, dan herberekent alles zich. Een rendement over één jaar naast een over vijf jaar leggen is geen eerlijke vergelijking.

Handmatig toegevoegde posten hebben geen kasstroomhistorie. Van een woning of een staaf goud ken je alleen de waarderingen die je zelf hebt ingevoerd. Die posten blijven daarom buiten het geldgewogen rendement in plaats van dat er kasstromen voor worden verzonnen.

Wil je begrijpen welke posities dat rendement veroorzaakten, kijk dan naar hun bijdrage in procentpunten in plaats van naar hun eigen rendement. Een kleine positie kan verdubbelen zonder dat je portfolio het merkt.

Verder lezen

Gerelateerde Artikelen