De AOW-leeftijd is in 2026 en 2027 zevenenzestig jaar. Vanaf 2028 stijgt hij naar zevenenzestig jaar en drie maanden, en dat niveau blijft tot en met 2031 gelijk.
Maar er is een belangrijker feit dan de tabel: de AOW-leeftijd staat alleen vast voor mensen die vóór 1 oktober 1964 geboren zijn. Ben je jonger dan ongeveer tweeënzestig, dan is jouw AOW-datum nog niet definitief. En als je aan het rekenen bent over eerder stoppen, reken je dus met een datum die kan verschuiven.
De vastgestelde AOW-leeftijden
| Jaar | AOW-leeftijd |
|---|---|
| 2026 | 67 jaar |
| 2027 | 67 jaar |
| 2028 | 67 jaar en 3 maanden |
| 2029 | 67 jaar en 3 maanden |
| 2030 | 67 jaar en 3 maanden |
| 2031 | 67 jaar en 3 maanden |
Deze leeftijden zijn definitief. Voor 2032 en later is er nog niets vastgesteld.
De grens ligt bij de geboortedatum: wie geboren is vóór 1 oktober 1964 weet zijn AOW-leeftijd zeker. Wie op of na die datum geboren is, niet.
Hoe de AOW-leeftijd wordt bepaald
De AOW-leeftijd is wettelijk gekoppeld aan de levensverwachting. Wordt Nederland gemiddeld ouder, dan schuift de AOW-leeftijd mee.
De formule kijkt naar de resterende levensverwachting van een vijfenzestigjarige, zoals het CBS die raamt:
V = 2/3 × (levensverwachting − 20,64) − (huidige AOW-leeftijd − 67)
Komt V op 0,25 of hoger uit, dan gaat de AOW-leeftijd met drie maanden omhoog. Blijft V eronder, dan verandert er niets. Die 20,64 is de gemiddelde resterende levensverwachting op vijfenzestigjarige leeftijd in de referentieperiode 2000 tot 2009.
Zo pakte dat de afgelopen jaren uit:
| Meting | Voor jaar | Levensverwachting | V | Uitkomst |
|---|---|---|---|---|
| eind 2022 | 2028 | 21,73 | 0,73 | stijging naar 67 jaar en 3 maanden |
| eind 2023 | 2029 | 20,89 | onder 0,25 | geen stijging |
| eind 2024 | 2030 | 20,96 | onder 0,25 | geen stijging |
| eind 2025 | 2031 | 21,02 | 0,003 | geen stijging |
De reden dat de AOW-leeftijd de laatste jaren stilstaat is dus niet politiek, maar demografisch: de levensverwachting stijgt minder hard dan eerder verwacht.
De vijfjaarstermijn
De AOW-leeftijd wordt telkens vijf jaar van tevoren vastgesteld. In het najaar meet het CBS de levensverwachting, waarna het kabinet de leeftijd voor het jaar vijf jaar later definitief maakt.
Dat is bewust: het geeft je vijf jaar om je planning aan te passen als de datum verschuift.
Voor wie vlak voor zijn pensioen zit, is dat ruim voldoende. Voor wie op zijn veertigste rekent aan eerder stoppen, betekent het dat de belangrijkste variabele in de berekening pas over twintig jaar zeker is.
Wat een verschuiving je kost
Hier wordt het concreet, en dit rekent verder niemand uit.
Je AOW-datum bepaalt hoe lang je brug is: de periode tussen je stopdatum en het moment waarop AOW en pensioen aanzetten. Schuift je AOW-leeftijd naar achteren, dan wordt die brug langer, en heb je meer vermogen nodig.
Voor iemand die op zijn vijftigste wil stoppen met €40.000 aan jaaruitgaven:
| AOW-leeftijd | Brug | Benodigd vermogen | Extra |
|---|---|---|---|
| 67 jaar | 17,00 jaar | €614.970 | |
| 67 jaar en 3 maanden | 17,25 jaar | €618.727 | €3.757 |
| 67 jaar en 6 maanden | 17,50 jaar | €622.447 | €7.477 |
| 68 jaar | 18,00 jaar | €629.779 | €14.809 |
| 69 jaar | 19,00 jaar | €644.018 | €29.048 |
Elke drie maanden verschuiving kost ongeveer €3.757. En dat bedrag hangt af van wanneer je stopt:
| Stopleeftijd | Per 3 maanden | Per heel jaar |
|---|---|---|
| 45 | €3.088 | €12.351 |
| 50 | €3.757 | €15.027 |
| 55 | €4.571 | €18.283 |
| 60 | €5.561 | €22.244 |
Hoe later je stopt, hoe duurder een verschuiving. Dat is logisch: er is dan minder tijd om het verschil met rendement op te vangen.
Waarom dit iedereen onder de zestig raakt
De AOW-leeftijd staat vast tot en met 2031, wat neerkomt op iedereen geboren vóór 1 oktober 1964. In 2026 is dat iemand van tweeënzestig.
Iedereen die jonger is, rekent met een aanname.
Dat is geen reden om niet te rekenen. Het is wel een reden om marge in te bouwen. Wie op zijn veertigste een plan maakt om op zijn vijfenvijftigste te stoppen, kan het beste doorrekenen met een AOW-leeftijd van achtenzestig in plaats van zevenenzestig. Dat kost in het model ongeveer vijftienduizend euro extra, en het voorkomt dat je vijftien jaar later ontdekt dat je brug een jaar langer is dan gedacht.
Er zijn de afgelopen jaren voorstellen geweest om de koppeling met de levensverwachting aan te scherpen, waardoor de AOW-leeftijd sneller zou stijgen dan de huidige formule voorschrijft. Of daar iets van doorgaat is een politieke vraag. Voor je planning is de praktische conclusie dezelfde: reken niet met de ondergrens.
Je AOW-datum is een datum, geen maand
Een detail dat mensen verrast. Sinds 1 april 2012 gaat de AOW in op de dag waarop je de AOW-leeftijd bereikt, niet op de eerste van die maand.
Ben je jarig op de twintigste, dan begint je AOW op de twintigste. Voor de laatste maand betekent dat een gedeeltelijke uitkering, en voor je planning betekent het dat je die dagen zelf moet overbruggen.
Vraag de AOW ook op tijd aan. De SVB adviseert dat een aantal maanden van tevoren te doen, want een late aanvraag betekent een late eerste betaling.
Waar je jouw datum vindt
De tabel op deze pagina geeft het algemene beeld. Je persoonlijke datum hangt af van je geboortedatum, en de SVB heeft er een rekenhulp voor.
Ga naar svb.nl, vul je geboortedatum in, en je krijgt je AOW-leeftijd en de exacte ingangsdatum. Ben je geboren op of na 1 oktober 1964, dan krijg je een verwachting in plaats van een vaststelling.
Log je in op Mijn SVB met je DigiD, dan zie je daar bovendien je opgebouwde percentage, en dat is minstens zo belangrijk. Hoe die opbouw werkt staat in het artikel over de hoogte van je AOW.
Hoe Gylder hierbij past
Je AOW-leeftijd is een van de vier invoerwaarden van de brugcalculator, naast je uitgaven, je stopleeftijd en wat er na die datum binnenkomt.
De calculator rekent uit hoeveel vermogen je op je gewenste stopdatum nodig hebt en slaat het resultaat op als vermogensdoel met die datum erbij. Je totale vermogen, verspreid over bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder, wordt dagelijks bijgewerkt en tegen dat doel afgezet.
Het veld voor je AOW-leeftijd staat standaard op zevenenzestig, en dat mag je aanpassen. Voor wie ver van zijn pensioen af staat is er wat voor te zeggen om er achtenzestig van te maken en te kijken wat dat doet. Het verschil is in het model zichtbaar, en dat is precies waar zo'n rekentool voor is: niet om je één getal te geven, maar om te laten zien hoe gevoelig dat getal is.
Wat dit niet vertelt
Na 2031 is niets vastgesteld. Alles wat je daarover leest is een verwachting op basis van huidige CBS-prognoses, en die worden elk jaar bijgesteld.
De formule kan veranderen. De koppeling aan de levensverwachting staat in de wet, maar wetten worden aangepast. Er zijn de afgelopen jaren voorstellen geweest om de stijging te versnellen.
Je persoonlijke datum staat op svb.nl. Deze pagina geeft jaartallen; jouw datum hangt af van je geboortedatum en die van de dag af.
Dit is geen advies. Voor beslissingen over je pensioendatum zijn de SVB en je pensioenuitvoerder leidend.
Veelgestelde vragen
Wat is de AOW-leeftijd in 2026? 67 jaar. Dat geldt ook in 2027. Vanaf 2028 is het 67 jaar en 3 maanden.
Wanneer krijg ik AOW? Dat hangt af van je geboortedatum. Ben je geboren vóór 1 oktober 1964, dan staat je datum vast. Daarna is hij nog niet definitief. Reken hem uit op svb.nl.
Gaat de AOW-leeftijd nog omhoog? Tot en met 2031 niet. Daarna hangt het af van de levensverwachting. Elke drie maanden verhoging vraagt dat de geraamde levensverwachting voldoende stijgt.
Waarom staat de AOW-leeftijd de laatste jaren stil? Omdat de levensverwachting minder hard stijgt dan eerder geraamd. Bij de meting eind 2025 kwam de formule uit op 0,003, ruim onder de drempel van 0,25 die nodig is voor een verhoging.
Wat betekent een hogere AOW-leeftijd als ik eerder wil stoppen? Je brug wordt langer en je hebt meer vermogen nodig. Bij stoppen op je vijftigste kost elke drie maanden ongeveer €3.757 extra, bij stoppen op je zestigste ongeveer €5.561.