Op 29 september 2026 stelde het kabinet voor om aandelen, obligaties en opties in box 3 vanaf 2028 pas te belasten als je ze verkoopt, met een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per jaar. Het heffingsvrij vermogen voor 2027 zou dalen van € 59.357 naar € 30.846. Niets hiervan is al wet, want beide Kamers moeten het voorstel nog aannemen.
Dat is dit keer extra belangrijk, omdat de plannen voor box 3 dit jaar al meerdere keren zijn veranderd. De Tweede Kamer nam in februari 2026 een wetsvoorstel voor belasting over werkelijk rendement aan, maar de Eerste Kamer hield haar stemming aan. Het kabinet past dat wetsvoorstel nu opnieuw aan met een novelle. In dit artikel lees je wat het nieuwe voorstel inhoudt, wat het in 2027 en 2028 voor spaarders en beleggers zou betekenen en wat er nog moet gebeuren voordat het wet wordt.
Wat het kabinet op 29 september 2026 voorstelde
Het voorstel staat in een Kamerbrief die is ondertekend door minister-president Jetten, minister van Financiën Heinen en staatssecretaris van Financiën Eerenberg. Daarin kondigt het kabinet aan de Wet werkelijk rendement box 3 aan te passen, het wetsvoorstel dat het huidige fictief rendement moet vervangen door belasting over het rendement dat je echt behaalt. Dat wetsvoorstel zou de meeste beleggingen elk jaar belasten op hun waardestijging, ook als je niets had verkocht. Het kabinet schrijft dat het daarmee gehoor geeft aan de kritiek op die aanpak in beide Kamers.
Het nieuwe plan gaat de andere kant op, richting een belasting over gerealiseerde winst (vermogenswinstbelasting). Vanaf 2028 zou die gelden voor alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties, wat volgens de brief ongeveer 90% van het vermogen in box 3 met waardeontwikkeling beslaat. Voor de overige bezittingen wil het kabinet in 2030 overstappen op een volledige vermogenswinstbelasting. De brief bevat ook maatregelen in box 2 voor ondernemers met een aanmerkelijk belang, zoals een tijdelijke verlaging van het hoge tarief naar 29,2% vanaf 2027, maar die vallen buiten dit artikel.
Wat het voorstel vanaf 2028 voor spaarders betekent
Als het parlement het voorstel aanneemt, is voor spaargeld de belangrijkste verandering het heffingsvrij resultaat van € 1.000 per jaar. Volgens de brief betekent dit dat spaarders met een rente van 2% over de eerste € 50.000 van hun vermogen geen belasting betalen. Je betaalt dan belasting over de rente die je echt ontvangt in plaats van over een verondersteld rendement, maar alleen over het deel van je totale box 3-resultaat boven € 1.000.
Heb je € 100.000 spaargeld tegen 2% rente, dan ontvang je € 2.000, waarvan € 1.000 belast zou worden. De brief noemt het tarief voor 2028 niet, dus de belasting over dat bedrag is nog niet met zekerheid te berekenen. Het kabinet waarschuwt bovendien dat banken in ten minste het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte, zodat je meer cijfers zelf moet verzamelen. Voor de meeste huishoudens blijft het effect beperkt, want het middelste huishouden had volgens het CBS ongeveer € 21.500 aan bank- en spaartegoeden (2024, voorlopig). Meer cijfers lees je in ons artikel over gemiddeld spaargeld.
Wat het voorstel vanaf 2028 voor beleggers betekent
Wordt het voorstel aangenomen, dan betalen beleggers geen belasting meer over winst op papier. Volgens het voorstel wordt een waardestijging van je aandelen of obligaties pas belast als je verkoopt. Je hoeft dan geen geld meer vrij te maken voor belasting over winst die je nog niet hebt binnengehaald. In het oorspronkelijke wetsvoorstel wordt inkomen zoals dividend en rente volgens de Rijksoverheid belast wanneer je het ontvangt, en de brief verandert daar niets aan.
Voor de overige bezittingen in box 3 wil het kabinet in 2030 volledig overstappen op een vermogenswinstbelasting. Welke bezittingen dat precies zijn en hoe die in 2028 en 2029 worden belast, staat niet in de brief. Vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, viel in het oorspronkelijke wetsvoorstel al onder de vermogenswinstbelasting.
Wat er in 2027 zou veranderen
Het nieuwe stelsel kost geld, en een deel daarvan betalen spaarders en beleggers zelf in 2027, het laatste jaar van het huidige stelsel. Als het parlement instemt, wil het kabinet het heffingsvrij vermogen terugbrengen naar het niveau van 2020, € 30.846 per persoon, tegenover € 59.357 in 2026. Het fictief rendement op overige bezittingen, waaronder beleggingen, huurinkomsten en eigen gebruik van onroerende zaken, zou met 1,5 procentpunt stijgen. Deze wijzigingen voor 2027 gelden alleen als het parlement ze voor het einde van dit jaar aanneemt.
Voor spaarders maakt het lagere heffingsvrij vermogen merkbaar verschil. Op basis van het voorlopige percentage van 1,28% voor spaargeld betaalt een alleenstaande met € 80.000 spaargeld over 2026 ongeveer € 95 aan box 3-belasting. Met het lagere heffingsvrij vermogen zou dat in 2027 ongeveer € 227 worden, als het fictief rendement van 1,28% en het tarief van 36% uit 2026 gelijk blijven. Omdat de percentages voor 2027 nog niet vaststaan, is dit een indicatie en geen voorspelling.
Wat er nog moet gebeuren voordat dit wet is
Dit is nog een voorstel, en het kan op meerdere momenten veranderen of sneuvelen. Het kabinet wil eerst spoedadvies van de Raad van State, het adviesorgaan van de regering voor wetgeving. Daarna vraagt het de Tweede Kamer de novelle mee te laten lopen met de behandeling van het Belastingplan 2027, het jaarlijkse belastingpakket van Prinsjesdag. Volgens de brief moet de Eerste Kamer de novelle vóór 31 december aannemen om het nieuwe stelsel in 2028 te laten ingaan, en het kabinet noemt dat tijdpad zelf ambitieus.
Eind juni 2026 besloot de Eerste Kamer de stemming aan te houden over het oorspronkelijke wetsvoorstel, tot de novelle er is. De vaste commissie voor Financiën bespreekt de plannen op 5 oktober 2026 met de minister en staatssecretaris. Of het nieuwe voorstel in beide Kamers een meerderheid haalt, is nog niet bekend, en het kabinet schreef op Prinsjesdag zelf dat het nog niet was gelukt een voorstel met breed draagvlak te vinden. Tot het parlement beslist, blijven de huidige regels met een fictief rendement gelden.
Hoe Gylder hierbij past
Gylder (gylder.nl) is een vermogensdashboard, geen budget-app. Welk stelsel er ook komt, je moet weten wat je op 1 januari bezit en hoe je spaargeld en beleggingen zich door het jaar heen ontwikkelen. Dat weegt nog zwaarder als banken je aangifte in het eerste jaar niet vooraf kunnen invullen. Gylder legt de waarde van je gekoppelde rekeningen elke dag vast, maar berekent je box 3-belasting niet.
Wat dit niet vertelt
Dit artikel beschrijft een voorstel van het kabinet, geen geldende wet. De bedragen, data en voorwaarden kunnen tijdens de behandeling in het parlement nog veranderen, en het voorstel kan ook worden verworpen. Details zoals het tarief, de verliesverrekening en de behandeling van de overige bezittingen tot 2030 zijn nog niet gepubliceerd. Baseer je beslissingen dus niet alleen op deze plannen, controleer de actuele stand bij de Belastingdienst of de Rijksoverheid, of vraag een belastingadviseur naar je eigen situatie. Dit artikel is algemene informatie, geen financieel of fiscaal advies.
Veelgestelde vragen
Wat heeft het kabinet in september 2026 voorgesteld voor box 3? Op 29 september 2026 stelde het kabinet voor om aandelen, obligaties en opties vanaf 2028 pas bij verkoop te belasten, met een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per jaar, en de overige bezittingen in 2030 onder hetzelfde stelsel te brengen.
Is het nieuwe box 3-stelsel al wet? Nee. Het voorstel heeft nog advies van de Raad van State en goedkeuring van de Tweede en Eerste Kamer nodig. Tot die tijd geldt het huidige stelsel met een fictief rendement.
Wat gebeurt er met het heffingsvrij vermogen in 2027? Volgens het voorstel daalt het van € 59.357 per persoon in 2026 naar € 30.846 in 2027, het niveau van 2020.
Betaal ik in het nieuwe plan belasting over mijn spaarrente? Volgens het voorstel is de eerste € 1.000 van je totale box 3-resultaat per jaar onbelast. Is spaarrente tegen 2% je enige rendement, dan betaal je geen belasting over de eerste € 50.000.
Wanneer zou het nieuwe box 3-stelsel ingaan? Het kabinet wil in 2028 beginnen, met alle financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties belast bij verkoop. De overige bezittingen volgen in 2030.