Hoeveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander, en hoeveel is genoeg?

Met €36.900 aan spaargeld hoor je bij de rijkste helft van Nederland. Maar het gemiddelde is de verkeerde maatstaf, want spaargeld verliest waarde en de vraag is hoeveel je nodig hebt.

Gylder Team6 min lezenLees met AI

Met ongeveer €36.900 aan spaargeld zit je bij de rijkste helft van Nederland. De tien procent meest vermogende huishoudens heeft gemiddeld €215.900 op de bank staan, met een mediaan van €128.300.

Maar dat gemiddelde is de verkeerde vraag, om twee redenen. Spaargeld is bij de meeste huishoudens een klein deel van het vermogen, en het verliest jaarlijks koopkracht. De vraag die er wel toe doet is hoeveel je nodig hebt.

De cijfers

Nederlandse huishoudens hadden eind 2024 samen €487,1 miljard op spaarrekeningen staan. Tel betaalrekeningen mee en het gaat om €600,5 miljard aan banktegoeden, wat neerkomt op ongeveer €54.700 per huishouden.

GroepGemiddeldMediaan
Rijkste helft van Nederland€36.900€22.300
Rijkste twintig procent€96.600
Rijkste tien procent€215.900€128.300

Let op het verschil tussen gemiddelde en mediaan. Bij de rijkste helft is het gemiddelde €36.900 en de mediaan €22.300, een verschil van bijna veertien duizend euro. Dat komt doordat een kleine groep met veel spaargeld het gemiddelde omhoog trekt.

Wie zichzelf wil vergelijken, moet naar de mediaan kijken. Dat is het middelste huishouden, en de helft heeft minder.

Waarom spaargeld weinig zegt over je positie

Voor de meeste Nederlandse huishoudens is spaargeld een klein deel van het totaal. Bij niet-miljonairs bestaat ruim driekwart van de bezittingen uit de eigen woning, zoals uitgewerkt in het artikel over vermogen per leeftijd.

Iemand met €20.000 spaargeld en een afgelost huis staat er financieel heel anders voor dan iemand met €20.000 spaargeld en een huurwoning. Hetzelfde spaarsaldo, een totaal andere positie.

En er zit een tweede vertekening in. Bij de hoogste vermogens is het spaargeld juist relatief lager, omdat hun vermogen verdeeld is over meer soorten bezit. Een spaarsaldo zegt dus vooral iets over de vorm van iemands vermogen, niet over de omvang.

Wat spaargeld je kost

Hier wordt het concreet, en dit is wat de meeste artikelen over spaargeld weglaten.

Spaargeld levert nominaal iets op en reëel meestal niets. Bij 2% rente en 3% inflatie is je reële rendement min 0,97%: je saldo groeit in euro's en krimpt in koopkracht.

Wat er met €36.900 gebeurt, gespaard tegenover belegd tegen 4% reëel:

NaOp de spaarrekeningBelegdVerschil
5 jaar€35.143€44.894€9.751
10 jaar€33.470€54.621€21.151
20 jaar€30.359€80.852€50.494
30 jaar€27.537€119.681€92.144

Na dertig jaar heeft datzelfde bedrag op een spaarrekening de koopkracht van €27.537, en belegd €119.681. Het verschil is €92.144.

Dat is geen argument om je hele buffer te beleggen. Het is een argument om te weten hoe groot je buffer hoort te zijn, want alles daarboven kost je geld.

Hoeveel buffer heb je nodig?

De vuistregel is drie tot zes maanden uitgaven. Concreet:

Jaarlijkse uitgavenDrie maandenZes maanden
€24.000€6.000€12.000
€36.000€9.000€18.000
€48.000€12.000€24.000
€60.000€15.000€30.000

Daar komt bij: geld dat je binnen twee jaar nodig hebt. Een verbouwing, een auto, een studie. Dat hoort niet in beleggingen, want de kans dat de markt precies op jouw moment laag staat is te groot.

Praktisch:

Buffer = drie tot zes maanden uitgaven, plus je geplande uitgaven binnen twee jaar.

Bij €36.000 aan jaaruitgaven en een verbouwing van €15.000 volgend jaar: €18.000 plus €15.000, dus €33.000. Alles daarboven staat stil.

Wat een te grote buffer kost

Het verschil tussen spaargeld en beleggen is ongeveer vijf procentpunt reëel per jaar. Dat betekent:

Te veel op de spaarrekeningKost per jaarGemist over 20 jaar
€10.000€500€13.684
€25.000€1.250€34.210
€50.000€2.500€68.420
€100.000€5.000€136.839

Iemand met een ton op de spaarrekening die daar maar €25.000 van nodig heeft als buffer, laat over twintig jaar ruim honderdduizend euro liggen.

Dat is geen reden om overhaast te beleggen. Het is wel een reden om je buffer bewust te bepalen in plaats van hem te laten ontstaan.

Waarom mensen te veel sparen

Drie redenen, en ze zijn alle drie begrijpelijk.

Spaargeld voelt veilig. Het cijfer daalt nooit, dus het voelt alsof er niets misgaat. Dat de koopkracht daalt is onzichtbaar, want dat staat niet op je afschrift.

Er is geen moment waarop je besluit te veel te hebben. Een buffer groeit vanzelf als je maandelijks overhoudt. Zonder een expliciete grens groeit hij door.

Het alternatief voelt ingewikkeld. Beleggen vraagt een keuze, en niet kiezen voelt als geen risico nemen. Terwijl niets doen bij 3% inflatie een gegarandeerd verlies is.

De oplossing is niet meer moed maar een getal. Bepaal je buffer, en behandel alles daarboven als iets dat een bestemming nodig heeft.

Wat dit betekent voor je plan

Twee dingen volgen hieruit.

Spaargeld hoort in je vermogen, maar drukt je rendement. Wie een groot deel van zijn vermogen op een spaarrekening houdt, haalt een lager gemiddeld rendement en heeft dus meer nodig om te stoppen met werken. Hoe die berekening werkt staat in het artikel over je FIRE-getal.

In je brugjaren wil je juist wél een deel liquide. Zodra je gaat onttrekken keert het argument om: een buffer voorkomt dat je moet verkopen tijdens een beursdaling. Dat mechanisme staat in het artikel over de 4%-regel.

Kortom: te veel spaargeld kost je tijdens de opbouw, en te weinig kost je tijdens de onttrekking.

Hoe Gylder hierbij past

De vraag "heb ik te veel spaargeld" heeft twee invoerwaarden: wat staat er, en wat geef ik uit.

Gylder telt je saldo's bij elkaar over al je rekeningen en toont de opsplitsing van je vermogen, dus je ziet welk deel liquide is en welk deel belegd of in steen zit. Je uitgaven worden automatisch gecategoriseerd, zodat je jaarcijfer op meting rust.

Met die twee is je buffervraag een som in plaats van een gevoel: drie tot zes maanden van een gemeten uitgavencijfer, plus wat je binnen twee jaar nodig hebt.

Wat dit niet vertelt

De cijfers zijn momentopnames. De banktegoeden zijn van eind 2024, de vermogenscijfers van begin 2024. Nieuwe cijfers verschijnen in het najaar van 2026.

Rente en inflatie bewegen. Bij een spaarrente boven de inflatie is het reële rendement positief, en dan verandert de rekensom. Dat is de afgelopen jaren zelden het geval geweest.

Beleggen kent risico. De 4% reëel in dit artikel is een historisch langetermijngemiddelde met tussentijdse dalingen van tientallen procenten. Voor geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt is dat ongeschikt.

Dit is geen advies. Hoeveel buffer bij jou past hangt af van je inkomenszekerheid, je vaste lasten en je gezinssituatie.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander? Bij de rijkste helft van Nederland ligt het gemiddelde op €36.900, met een mediaan van €22.300. Over alle huishoudens komt het gemiddelde aan bank- en spaartegoeden uit op ongeveer €54.700.

Hoeveel spaargeld is normaal? Er is geen normaal bedrag. Wat telt is of je buffer past bij je uitgaven: drie tot zes maanden, plus wat je binnen twee jaar nodig hebt.

Hoeveel spaargeld heeft de rijkste tien procent? Gemiddeld €215.900, met een mediaan van €128.300.

Kan ik te veel spaargeld hebben? Ja. Bij 2% rente en 3% inflatie verliest spaargeld ongeveer een procent koopkracht per jaar. Elke €10.000 boven je buffer kost je ongeveer €500 per jaar aan gemist rendement.

Waarom heeft de rijkste tien procent relatief weinig spaargeld? Omdat hun vermogen verdeeld is over meer soorten bezit. Een spaarsaldo zegt iets over de vorm van iemands vermogen, niet over de omvang.

Gerelateerde Artikelen