Je FIRE-getal is het vermogen dat je nodig hebt om je uitgaven te dragen zonder te werken. In Nederland bestaat dat uit twee delen: een overbrugging tot je AOW-datum, en een aanvulling op wat er daarna binnenkomt.
Dit artikel loopt die berekening stap voor stap door. Aan het eind heb je één bedrag en één datum: precies de twee dingen die je nodig hebt om er naartoe te werken.
Waarom je niet gewoon vijfentwintig keer je uitgaven neemt, staat in het hoofdartikel over de FIRE-beweging. Kort: die vuistregel gaat ervan uit dat je vermogen je uitgaven voor altijd moet dragen, en dat is hier niet zo.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Vier invoerwaarden. Twee ervan weet je waarschijnlijk niet uit je hoofd, en dat is de reden dat de meeste mensen nooit verder komen dan een schatting.
1. Je jaarlijkse uitgaven. Wat je werkelijk uitgaf over de afgelopen twaalf maanden, niet wat je denkt uit te geven. Dit is de gevoeligste invoerwaarde van alle vier.
2. Je gewenste stopleeftijd. Mag voorlopig een gok zijn; verderop zie je wat verschuiven ermee doet.
3. Je AOW-leeftijd en het bedrag. De leeftijd is nu 67 en beweegt mee met de levensverwachting. Je persoonlijke datum en bedrag staan bij de SVB. Het scheelt aanzienlijk of je alleen woont of samen.
4. Je opgebouwde pensioen. Wat er straks per jaar uitkomt aan werkgeverspensioen, te vinden op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar staan al je regelingen bij elkaar, ook die van banen van vijftien jaar geleden.
Daarnaast één aanname: je verwachte reëel rendement, dus na inflatie. De meeste berekeningen gebruiken 3 tot 5% voor een gespreide aandelenportefeuille. Verderop zie je hoeveel die keuze uitmaakt.
De berekening in vier stappen
We rekenen mee met een voorbeeld: iemand van vijftig die wil stoppen, €40.000 per jaar uitgeeft, AOW krijgt op 67 ter waarde van €18.000 per jaar, €12.000 aan pensioen heeft opgebouwd, en met 4% reëel rekent.
Stap 1: je brugjaren
AOW-leeftijd − stopleeftijd = brugjaren
67 − 50 = 17 jaar waarin je alles zelf betaalt.
Stap 2: het brugbedrag
Je hebt niet 17 × €40.000 nodig, want het geld dat je nog niet hebt uitgegeven blijft rendement maken. Wat je nodig hebt is de contante waarde van die reeks:
Brugbedrag = uitgaven × (1 − (1 + r)^−n) / r
Met r = 4% en n = 17: €40.000 × 12,1657 = €486.627.
Die 12,1657 heet de annuïteitsfactor. Zeventien jaar aan uitgaven kost je dus ruim twaalf jaaruitgaven, niet zeventien.
Stap 3: het gat na je AOW-datum
Vanaf je 67e komt er €18.000 AOW plus €12.000 pensioen binnen, samen €30.000. Je uitgaven zijn €40.000.
Jaarlijks gat = €40.000 − €30.000 = €10.000
Dat gat moet blijvend gedekt zijn, dus daarvoor geldt wél de eeuwigdurende benadering:
Kapitaal op je AOW-datum = gat / r = €10.000 / 0,04 = €250.000
Maar dat bedrag heb je pas over zeventien jaar nodig. Wat je er vandaag voor moet hebben, is minder:
Contante waarde = €250.000 / 1,04¹⁷ = €128.343
Stap 4: optellen
| Bedrag | |
|---|---|
| Fase 1: de brug | €486.627 |
| Fase 2: contant gemaakte aanvulling | €128.343 |
| Je FIRE-getal | €614.970 |
Tegenover €1.000.000 volgens de vuistregel.
In Excel of Google Sheets
Je hoeft de annuïteitsfactor niet met de hand uit te rekenen. Voor het brugbedrag gebruik je PV (Nederlandse Excel: HW, van huidige waarde):
=PV(0,04; 17; -40000)
Dat geeft €486.627. Het minteken bij de uitgaven zorgt voor een positieve uitkomst.
Fase 2 is één regel:
=((40000-18000-12000)/0,04)/(1,04^17)
Dat geeft €128.343. Optellen en je hebt je getal.
Wil je ermee spelen, zet dan je vier invoerwaarden in aparte cellen en verwijs ernaar. Dan zie je meteen wat er gebeurt als je stopleeftijd of je uitgaven verandert.
Wat je stopleeftijd doet
Dezelfde persoon, alleen een andere stopdatum:
| Stoppen op | Brugjaren | Fase 1 | Fase 2 | FIRE-getal |
|---|---|---|---|---|
| 45 | 22 | €578.045 | €105.489 | €683.533 |
| 50 | 17 | €486.627 | €128.343 | €614.970 |
| 55 | 12 | €375.403 | €156.149 | €531.552 |
| 60 | 7 | €240.082 | €189.979 | €430.062 |
| 65 | 2 | €75.444 | €231.139 | €306.583 |
Vijf jaar langer doorwerken van 50 naar 55 verlaagt je doel met €83.418. En het werkt dubbel: je doel zakt én je hebt vijf jaar extra om te sparen.
Let op wat er tussen de kolommen gebeurt. Fase 1 daalt hard naarmate je later stopt, fase 2 stijgt licht. Dat tweede is logisch: hoe korter de tijd tot je AOW, hoe minder rendement je nog maakt op het geld dat voor die periode bestemd is.
De 25×-regel klopt niet voor je totaal, maar wel voor je marge
Dit is het opvallendste resultaat van de hele berekening.
Kijk wat er gebeurt als je uitgaven veranderen, bij stoppen op vijftig:
| Jaarlijkse uitgaven | FIRE-getal | Per €1.000 extra |
|---|---|---|
| €30.000 | €364.970 | - |
| €35.000 | €489.970 | €25.000 |
| €40.000 | €614.970 | €25.000 |
| €45.000 | €739.970 | €25.000 |
| €50.000 | €864.970 | €25.000 |
Elke duizend euro extra jaaruitgaven kost je precies vijfentwintigduizend euro extra vermogen. Exact de vuistregel, terwijl je totaal er ver onder ligt.
Dat is geen toeval. De annuïteitsfactor van de brug plus de contant gemaakte perpetuïteit tellen altijd op tot exact 1/r, dus tot 25 bij 4%. Bij zeventien brugjaren is dat 12,1657 + 12,8343. Bij dertig brugjaren 17,2920 + 7,7080. De verdeling verschuift, de som niet.
De praktische betekenis: AOW en pensioen zijn vaste bedragen. Ze schuiven niet mee als jij meer gaat uitgeven. Ze verlagen je totaal met een vast bedrag, maar op elke euro die je bovenop je huidige uitgaven zet, krijg je geen enkele korting.
Daarom is een structurele verlaging van je uitgaven de sterkste knop die je hebt. €200 per maand minder uitgeven is €2.400 per jaar, en dat verlaagt je doel met €60.000.
Hoe gevoelig is dit voor je aannames?
Twee invoerwaarden verdienen een waarschuwing.
Je reële rendement
| Aanname | FIRE-getal |
|---|---|
| 3,0% | €728.317 |
| 3,5% | €665.254 |
| 4,0% | €614.970 |
| 4,5% | €573.438 |
| 5,0% | €538.222 |
Tussen 3% en 5% zit €190.095 verschil. Dat is bijna een derde van je doelbedrag, en het hangt volledig af van een getal dat je zelf invult.
Rekenen met 5% maakt je doel kleiner op papier en je risico groter in de praktijk: als het rendement tegenvalt, kom je tekort in precies de jaren dat je niet meer werkt. Voor de brugfase, waarin je onttrekt in plaats van opbouwt, is voorzichtig rekenen verstandiger dan optimistisch.
Je pensioenopbouw
| Pensioen per jaar | FIRE-getal |
|---|---|
| €0 | €768.982 |
| €6.000 | €691.976 |
| €12.000 | €614.970 |
| €18.000 | €537.964 |
| €24.000 | €486.627 |
Ruim €280.000 verschil tussen geen pensioen en een goed pensioen. Dit is de reden dat "even je FIRE-getal schatten" niet werkt: zonder je werkelijke pensioencijfer zit je er honderdduizenden naast.
Bij €24.000 pensioen gebeurt er iets bijzonders. Samen met €18.000 AOW komt er €42.000 binnen tegen €40.000 uitgaven, dus het gat is nul en fase 2 kost niets. Je hoeft dan alleen de brug te overbruggen.
Hoe lang heb je nog?
Het getal is de helft van het antwoord. De andere helft is wanneer je er bent.
Iemand met €200.000 vermogen die €20.000 per jaar opzij zet, bij 4% reëel:
| Stoppen op | Doel | Jaren sparen nodig |
|---|---|---|
| 50 | €614.970 | 15,4 |
| 55 | €531.552 | 13,0 |
| 60 | €430.062 | 9,7 |
Hier zie je waarom de gewenste stopleeftijd geen vrije keuze is maar een uitkomst. Wie 40 is en op 50 wil stoppen, heeft 10 jaar maar heeft er 15,4 nodig. Dan zijn er drie knoppen: meer sparen, minder uitgeven, of later stoppen.
De formule om dit zelf te doen:
=NPER(0,04; -20000; -200000; 614970)
Van links naar rechts: rendement, jaarlijkse inleg, huidig vermogen, doelbedrag.
De drie fouten die het meest kosten
Je uitgaven schatten in plaats van meten. Vrijwel iedereen onderschat. De vakantie, de tandarts, de kapotte wasmachine, het cadeau, die zitten niet in je maandbudget en wel in je jaaruitgaven. Zit je er 20% naast bij €40.000, dan zit je er €200.000 naast in je doel.
Nominaal rekenen met een doel in euro's van vandaag. Reken je met 7% terwijl je doelbedrag in huidige euro's staat, dan denk je jaren eerder klaar te zijn dan je bent. Gebruik reëel rendement, dus na inflatie.
Je pensioen negeren omdat je het niet weet. Het staat op mijnpensioenoverzicht.nl en het kost tien minuten. Het is bij de meeste mensen de grootste enkele post in deze hele berekening.
Van getal naar doel
Twee uitkomsten heb je nu: een bedrag en een datum. Daar begint het pas.
Een doel dat in een spreadsheet staat die je twee keer per jaar opent, doet weinig. Wat werkt is een doel waar je voortgang tegen wordt afgezet zonder dat je er iets voor hoeft te doen.
De brugcalculator op de site rekent deze twee waarden uit en zet ze meteen klaar als vermogensdoel. Je totale vermogen, bank, broker, crypto, edelmetaal, je woning met de hypotheek eronder, wordt dagelijks bijgewerkt en tegen dat doel afgezet. De projectie loopt op je eigen gemeten groei, niet op een aangenomen percentage, dus je ziet of je op schema ligt op basis van wat er werkelijk gebeurt.
Wat er niet in kan: je opgebouwde werkgeverspensioen. Dat hoort in deze berekening ook niet als vermogen thuis maar als toekomstige inkomstenstroom: het verlaagt je doel, het is geen bezit dat je vandaag kunt aanspreken. Een lijfrente- of pensioenbeleggingsrekening bij een broker koppel je wél gewoon.
Wat deze berekening niet doet
Ze rekent met vaste uitgaven. Je uitgaven op je vijftigste, zestigste en tachtigste verschillen. Reiskosten verdwijnen, zorgkosten komen erbij, en bij de meeste mensen dalen de uitgaven na het zeventigste levensjaar. Deze berekening houdt ze vlak, wat aan de voorzichtige kant is.
Ze rekent met een gemiddeld rendement. In werkelijkheid komen rendementen in goede en slechte jaren, en de volgorde maakt uit zodra je onttrekt. Een klap in de eerste jaren van je brug is aanzienlijk schadelijker dan dezelfde klap tien jaar later. Dit model ziet dat verschil niet.
Ze kent geen belasting. Over vermogen boven een vrijstelling betaal je jaarlijks. Dat hoort verwerkt te zitten in je reële rendementsaanname, niet erbovenop.
Ze kent je leven niet. Baanverlies, ziekte, een erfenis, een scheiding, een kind. Elke projectie over vijftien jaar is een richting, geen voorspelling.
Waar de berekening wel voor deugt: hij geeft je een getal dat aanzienlijk dichter bij de werkelijkheid ligt dan de vuistregel, en hij maakt zichtbaar aan welke knoppen je kunt draaien.
Veelgestelde vragen
Hoeveel geld heb ik nodig om te stoppen met werken? Bij €40.000 uitgaven, stoppen op vijftig, €18.000 AOW en €12.000 pensioen: ongeveer €615.000. Verander één van die vier waarden en de uitkomst verschuift fors: reken je eigen situatie door.
Moet ik met 3, 4 of 5% rendement rekenen? Voor de opbouwfase is 4 tot 5% reëel verdedigbaar. Voor de brugfase, waarin je onttrekt, is voorzichtiger rekenen verstandiger. Reken beide door en kijk hoeveel het scheelt.
Telt mijn spaargeld mee? Ja, als vermogen. Maar spaargeld levert reëel meestal negatief rendement op, dus een groot spaardeel drukt je gemiddelde en verlengt je tijdlijn.
Wat als ik nog een hypotheek heb? Twee dingen. Je restschuld verlaagt je vermogen, en je maandlasten zitten in je uitgaven. Is je hypotheek afgelost tegen de tijd dat je stopt, reken dan met je uitgaven zónder die maandlast, dat verlaagt je doel aanzienlijk.
Hoe vaak moet ik dit herberekenen? Eén keer per jaar volstaat, of wanneer er iets structureels verandert aan je inkomen, je uitgaven of je pensioenopbouw.