De drie pensioenpijlers: welke je brugjaren betaalt en welke niet

AOW, werkgeverspensioen en lijfrente doen alle drie iets anders in een FIRE-berekening. En geen van drieën betaalt de jaren waarin je écht eerder wilt stoppen.

Gylder Team8 min lezenLees met AI

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers, en in vrijwel elke uitleg daarover gaat het over hoeveel je straks krijgt.

Voor wie eerder wil stoppen is dat de verkeerde vraag. De vraag die telt is: wanneer kun je erbij? En het antwoord is bij alle drie de pijlers ongeveer hetzelfde, namelijk pas rond je pensioendatum. Dat maakt ze alle drie ongeschikt voor precies de periode waarin je ze het hardst nodig hebt.

De drie pijlers in het kort

PijlerWatWie regelt hetWanneer kun je erbij
1AOWDe overheidJe AOW-leeftijd, nu 67
2WerkgeverspensioenJe werkgever of bedrijfstakJe pensioendatum, meestal 65–68
3Lijfrente, banksparenJijzelfRond je AOW-leeftijd

Daaronder ligt nog iets wat geen pijler heet maar het in de praktijk wel is, en waar dit artikel op uitkomt.

Pijler 1: AOW

De AOW is een basisuitkering van de overheid die je krijgt vanaf je AOW-leeftijd, ongeacht wat je hebt gespaard of verdiend.

Je bouwt hem op door in Nederland te wonen: 2% per jaar, over vijftig jaar. Wie zijn hele leven hier woonde, heeft volledige opbouw. Elk jaar in het buitenland kost 2%.

Het bedrag verschilt tussen alleenwonenden en samenwonenden, en wordt twee keer per jaar aangepast. Je actuele bedrag en je persoonlijke AOW-datum staan bij de SVB.

Voor je FIRE-berekening: AOW verlaagt het bedrag dat je na je AOW-datum uit je vermogen moet halen. Het doet niets voor de jaren daarvóór.

Pijler 2: je werkgeverspensioen

Werk je in loondienst, dan is de kans groot dat je pensioen opbouwt via je werkgever of via een verplicht bedrijfstakfonds. Je legt zelf een deel in, je werkgever legt een deel bij, en samen belegt het fonds dat.

Voor de meeste Nederlanders is dit de grootste pot van de drie, en tegelijk de pot waarvan ze het bedrag niet uit hun hoofd kennen. Alles wat je bij alle werkgevers ooit hebt opgebouwd staat bij elkaar op mijnpensioenoverzicht.nl.

Twee dingen die er voor FIRE toe doen.

Stop je met werken, dan stopt de opbouw, maar niet de pot. Wat er staat blijft staan en groeit mee, en komt vrij op je pensioendatum. Je verliest hem niet door eerder te stoppen.

Je kunt er niet zomaar bij. Vervroegd opnemen kan bij veel regelingen vanaf een bepaalde leeftijd, maar tegen een blijvend lagere uitkering: je verdeelt hetzelfde bedrag over meer jaren. En bij de meeste regelingen ligt die vroegste datum niet ver voor je AOW-leeftijd.

Pijler 3: lijfrente en banksparen

Dit is de pijler die je zelf regelt: een lijfrenterekening, een lijfrentebeleggingsrekening of banksparen bij een bank, verzekeraar of broker.

Het mechanisme: je legt geld in binnen een bepaalde ruimte, die inleg mag je aftrekken van je inkomen, en het geld staat vast tot een uitkeringsdatum. Op die datum wordt het in termijnen uitgekeerd en betaal je er dan belasting over.

Pijler 3 bestaat om een reden: niet iedereen bouwt genoeg op in pijler 2. Zelfstandigen bouwen vaak niets op, en wie in dienst is bij een werkgever zonder goede regeling ook niet. De ruimte die je mag gebruiken hangt af van dat gat.

Voor FIRE is dit de meest verwarrende pijler, en daar komt dit artikel zo op terug.

De vierde pot die geen pijler heet

Naast de drie pijlers heb je vrij vermogen: je spaarrekening, je gewone beleggingsrekening, je crypto, je overwaarde. Geen fiscale voordelen, geen aftrek, geen regels over wanneer je erbij mag.

Precies dat laatste maakt het de belangrijkste pot van allemaal als je eerder wilt stoppen.

Welke pijler betaalt je brugjaren?

Hier komt het samen. Een FIRE-berekening in Nederland valt uiteen in twee fasen: de brug van je stopdatum tot je AOW-datum, en de periode daarna.

PijlerBrugjarenNa je AOW-datum
1. AOWNietsVerlaagt je gat
2. WerkgeverspensioenNietsVerlaagt je gat
3. LijfrenteVrijwel nietsVerlaagt je gat
4. Vrij vermogenAllesVult de rest aan

Alle drie de officiële pijlers doen hetzelfde: ze verlagen het bedrag dat je ná je AOW-datum nodig hebt. Geen van drieën draagt bij aan de brug.

En de brug is verreweg het duurste deel. Voor iemand die op zijn vijftigste stopt met €40.000 uitgaven is het brugbedrag €486.627 tegenover €128.343 voor de rest: bijna vier vijfde van het totaal.

Dat betekent: je vrij belegde vermogen is de enige pot die bepaalt of je eerder kunt stoppen. De rest bepaalt alleen hoe comfortabel het daarna is.

De valkuil van pijler 3 bij vervroegd stoppen

Nu de conclusie die tegen het gangbare advies in gaat.

Het standaardadvies luidt: benut je fiscale ruimte in pijler 3, want inleg is aftrekbaar en dat is gratis rendement. Voor iemand die tot zijn 67e doorwerkt, klopt dat.

Voor wie op zijn vijftigste wil stoppen, werkt het tegen je. Elke euro die je in pijler 3 stopt, is een euro die je pas rond je AOW-datum terugziet. Je verplaatst geld van de pot die je brug betaalt naar de pot die je toch al gedekt had.

Uitgedrukt in de berekening: je verlaagt fase twee, die klein is, ten koste van fase één, die groot is. Als je gat na je AOW-datum al bijna nul is, en bij lagere uitgaven is dat zo, dan heeft extra inleg in pijler 3 geen enkel effect op je doelbedrag, terwijl het je brugvermogen wél verkleint.

Dat is geen advies om pijler 3 te laten liggen. Het aftrekvoordeel is echt, en voor wie later stopt of hoge uitgaven heeft, kan het gunstig uitpakken. Maar het is een afweging tussen fiscaal voordeel nu en toegankelijkheid straks, en die afweging wordt zelden zo gepresenteerd.

De vuistregel die eruit volgt: hoe eerder je wilt stoppen, hoe zwaarder toegankelijkheid weegt ten opzichte van aftrekbaarheid.

Wat je waar kunt vinden

Voordat je iets kunt berekenen, moet je vier cijfers hebben. Drie ervan staan niet in je bankapp.

Pijler 1: bij de SVB. Je persoonlijke AOW-datum en het bedrag per jaar, gesplitst naar alleenwonend of samenwonend.

Pijler 2: op mijnpensioenoverzicht.nl. Alles wat je ooit hebt opgebouwd, bij elkaar. Ook de regelingen van banen die je bent vergeten. Inloggen kost twee minuten en levert vaak een verrassing op.

Pijler 3: bij je aanbieder. Staat je lijfrente bij een broker als beleggingsrekening, dan zie je hem gewoon in je portefeuille.

Pijler 4: verspreid over je bank, je broker, je exchange en je woning. Dit is meestal het lastigste om op te tellen, niet omdat het ingewikkeld is maar omdat het nergens bij elkaar staat.

Wat dit betekent voor je FIRE-berekening

Drie praktische gevolgen.

Pijler 1 en 2 horen niet in je vermogen. Ze zijn geen bezit dat je vandaag kunt aanspreken, maar toekomstige inkomstenstromen die je doelbedrag verlagen. Wie ze bij zijn vermogen optelt, komt op een getal uit waar hij niet bij kan.

Pijler 3 hoort er wel in, maar met een sterretje. Het is echt van jou, maar pas beschikbaar op de uitkeringsdatum. Reken hem daarom mee in fase twee, niet in je brugvermogen.

Alleen pijler 4 is je brugvermogen. Dat is het getal waar je stopdatum aan hangt, en het enige waar je maandelijks aan kunt bijdragen én bij kunt.

Hoe Gylder hierbij past

Deze opsplitsing loopt vrijwel één op één mee met wat Gylder wel en niet kan bijhouden, en dat is geen toeval: het volgt uit hoe de pijlers technisch in elkaar zitten.

Pijler 1 en 2 kun je niet koppelen. Er is geen API waarmee een app je AOW-opbouw of je pensioenfondsgegevens kan ophalen. Voor je berekening is dat geen bezwaar: ze horen daar als toekomstige inkomstenstroom in, niet als vermogen.

Pijler 3 kun je wel koppelen als het een beleggingsrekening is. Een lijfrentebeleggingsrekening bij een broker is technisch een effectenrekening als elke andere. Je kunt hem apart benoemen naast je gewone rekening, zodat je in één oogopslag ziet welk deel van je vermogen vastzit en welk deel niet.

Pijler 4 is waar het om draait, en dat is precies wat Gylder samenbrengt: bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder, in één doorlopend bijgewerkt cijfer.

Dat cijfer, pijler 4, apart van de rest, is je brugvermogen. En je brugvermogen bepaalt je stopdatum.

Wat dit niet vertelt

Regelingen verschillen enorm. Pensioenregelingen lopen sterk uiteen in opbouwpercentage, vroegste ingangsdatum en wat er gebeurt als je stopt. Wat hierboven staat is het algemene beeld; jouw regeling kan afwijken.

De AOW-leeftijd beweegt. Hij is gekoppeld aan de levensverwachting en is de afgelopen decennia opgeschoven. Elke verschuiving naar achteren verlengt je brug.

Fiscale regels rond pijler 3 veranderen. Zowel de ruimte die je mag gebruiken als de behandeling bij uitkering is beleid, en beleid wijzigt. Reken niet met de regels van vandaag voor een beslissing over twintig jaar zonder ze tegen die tijd opnieuw te bekijken.

Dit is geen advies over wat je moet doen. Of pijler 3 in jouw situatie verstandig is, hangt af van je inkomen, je regeling en je stopdatum. Wat dit artikel doet is laten zien welke vraag je moet stellen.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik op mijn vijftigste stop met werken? De opbouw stopt, de pot niet. Wat er staat blijft staan en komt vrij op je pensioendatum.

Kan ik mijn pensioen eerder opnemen? Bij veel regelingen vanaf een bepaalde leeftijd, maar tegen een blijvend lagere uitkering. Voor je brugjaren is het meestal geen oplossing, omdat de vroegste datum niet ver voor je AOW-leeftijd ligt.

Moet ik in lijfrente inleggen als ik eerder wil stoppen? Dat is een afweging, geen vanzelfsprekendheid. Het aftrekvoordeel is echt, maar het geld zit vast tot rond je AOW-datum, en dat is precies niet de periode waarin je het nodig hebt.

Telt mijn werkgeverspensioen mee in mijn vermogen? Voor een FIRE-berekening niet als vermogen, wel als toekomstige inkomstenstroom die je doelbedrag verlaagt.

Waar vind ik al mijn pensioengegevens? AOW bij de SVB, werkgeverspensioen op mijnpensioenoverzicht.nl, lijfrente bij je eigen aanbieder.

Gerelateerde Artikelen