Vermogenswinstbelasting of vermogensaanwasbelasting: het verschil

Vermogenswinstbelasting of vermogensaanwasbelasting in box 3: belasting bij verkoop of elk jaar over de waardestijging. Met rekenvoorbeeld en status.

Gylder Team5 min lezenLees met AI

Een vermogensaanwasbelasting belast elk jaar de waardestijging van je beleggingen, ook als je niets verkoopt, terwijl een vermogenswinstbelasting pas belast als je verkoopt en winst maakt. Op 29 september 2026 stelde het kabinet voor om alle financiële instrumenten in box 3 vanaf 2028 bij verkoop te belasten. Dat is een voorstel, nog geen wet (stand 14 oktober 2026).

Het verschil raakt vooral je kasstroom en minder je totale belasting, omdat het bepaalt of je belasting betaalt over winst op papier. Hieronder zie je beide stelsels, een rekenvoorbeeld en de voor- en nadelen van elk.

Wat is het verschil tussen vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting?

Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je over de waardeverandering in het jaar, dus een aandeel dat stijgt van € 10.000 naar € 12.000 geeft € 2.000 belastbare winst. Dat is de hoofdregel in de Wet werkelijk rendement box 3 (wetsvoorstel 36.748), die de Tweede Kamer op 12 februari 2026 aannam en die de Eerste Kamer nog niet heeft aangenomen. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas bij verkoop, over de verkoopprijs min de aankoopprijs en kosten. Het oorspronkelijke wetsvoorstel gebruikte die methode alleen voor vastgoed en aandelen in startups en scale-ups, omdat jaarlijkse heffing over moeilijk verkoopbare bezittingen tot liquiditeitsproblemen kan leiden.

De Kamerbrief van 29 september 2026 wil de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 uitbreiden naar alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, terwijl de overige bezittingen, waaronder crypto, in 2030 volgen. In beide stelsels worden rente, dividend en huur belast in het jaar waarin je ze ontvangt, zodat de keuze alleen over koerswinst gaat. Het huidige stelsel is een derde variant die je werkelijke resultaat negeert. In 2026 gaat het uit van 6,00% rendement op beleggingen, dus € 10.000 boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon kost € 216 tegen 36%, of de koers nu steeg of daalde. Voor banktegoeden lees je dit in ons artikel over box 3 over spaargeld.

Hoe pakken beide stelsels uit voor één belegging over drie jaar?

Over de hele looptijd kunnen beide stelsels op dezelfde belasting uitkomen, op andere momenten. Neem € 10.000 die in jaar 1 met 20% stijgt, in jaar 2 met 10% daalt en in jaar 3 met 15% stijgt, waarna je verkoopt. Het voorbeeld rekent met 36%, laat het heffingsvrij resultaat weg en gaat uit van één bezitting in box 3.

JaarVeranderingWaarde eind jaarAanwas: belastbaarAanwas: te betalenVermogenswinst: te betalen
1+20%€ 12.000€ 2.000€ 720,00€ 0
2-10%€ 10.800verlies van € 1.200, vooruit te verrekenen€ 0€ 0
3 (verkocht)+15%€ 12.420€ 1.620 min € 1.200 = € 420€ 151,20€ 871,20
Totaal€ 2.420€ 871,20€ 871,20

Beide kolommen eindigen op € 871,20, en dat is 36% van de € 2.420 die je echt hebt verdiend. De vermogensaanwasbelasting komt daar alleen op uit omdat je volgens het wetsvoorstel een verlies zonder termijn mag verrekenen met latere jaren, mits het boven de drempel van € 500 uitkomt. Bij de vermogenswinstbelasting blijft de € 720 twee jaar langer belegd.

Wat zijn de voor- en nadelen van beide?

Het grootste nadeel van een vermogensaanwasbelasting is dat je belasting kunt moeten betalen over winst die je nog niet hebt ontvangen, zodat je soms moet verkopen om te betalen. Daar staat tegenover dat je geen reden hebt om een belegging alleen voor uitstel van belasting vast te houden. Bij een vermogenswinstbelasting draait dat om, want die geeft je renteloos uitstel maar kan je verleiden een positie te houden die je anders zou verkopen, wat economen het lock-in-effect noemen.

Ook verliezen werken anders. Bij aanwas helpt een verlies alleen als latere box 3-winst het opvangt, omdat het wetsvoorstel geen verrekening met eerdere jaren toestaat. Bij een vermogenswinstbelasting telt een verlies pas als je verkoopt, en hoe het nieuwe voorstel met verliezen omgaat, is nog niet openbaar. Hoe je je eigen resultaat meet, lees je in ons artikel over rendement berekenen.

Hoe Gylder hierbij past

Bij een vermogenswinstbelasting bepaalt je aankoopprijs de belasting, terwijl een vermogensaanwasbelasting naar de waarden aan het eind van elk jaar kijkt. Gylder (gylder.nl) is een vermogensdashboard en geen budget-app. Voor gekoppelde beleggingen toont het per positie wat je betaalde, wat die nu waard is en je ongerealiseerde winst, en dagelijkse snapshots bewaren een waardehistorie.

Wat dit niet vertelt

De plannen voor 2028 zijn een voorstel en nog geen wet (stand 14 oktober 2026). De Raad van State brengt naar verwachting eind oktober 2026 advies uit, en beide Kamers moeten de plannen vóór 31 december 2026 aannemen voor een start in 2028. We werken dit artikel bij na het advies en de stemming in de Eerste Kamer. Dit artikel is algemene informatie, geen financieel advies.

Veelgestelde vragen

Is de vermogenswinstbelasting in box 3 al wet? Nee. Op 14 oktober 2026 is het een voorstel uit een Kamerbrief van 29 september 2026, dat nog wacht op advies van de Raad van State en goedkeuring door beide Kamers.

Betaal ik in de nieuwe box 3-plannen belasting over ongerealiseerde winst? Volgens het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer in februari 2026 aannam wel. Volgens het voorstel van 29 september 2026 worden financiële instrumenten vanaf 2028 pas bij verkoop belast.

Hoeveel is onbelast in de nieuwe box 3-plannen? Het voorstel van 29 september 2026 rekent vanaf 2028 met een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per jaar, minder dan de € 1.800 uit het oorspronkelijke wetsvoorstel. Ons artikel over de box 3-voorstellen van september 2026 zet het hele plan op een rij.

Gerelateerde Artikelen