Er is geen bedrag waarboven je rijk bent. Wel zijn er vier drempels die mensen in de praktijk gebruiken, en ze liggen ver uit elkaar.
Met €135.500 heb je meer vermogen dan de helft van Nederland. Voor de top tien procent heb je €680.000 nodig. Miljonair ben je bij een miljoen, en de doorsnee huishoudens in de top één procent zitten op €3,9 miljoen.
Wat geen van die getallen zegt, is of je genoeg hebt. Daarvoor bestaat een vijfde definitie, en die is de enige die je iets vertelt over je eigen situatie.
Vier drempels die mensen gebruiken
| Definitie | Vermogen | Aandeel huishoudens |
|---|---|---|
| Meer dan de helft van Nederland | €135.500 | 50% |
| Top tien procent | €680.000 | 10% |
| Miljonair | €1.000.000 | 5,5% |
| Top één procent | €3,9 miljoen (mediaan) | 1% |
Deze bedragen gaan over huishoudens, dus twee partners samen, en het is bezit min schulden. De waarde van je eigen woning telt mee, je opgebouwde pensioen niet.
Dat laatste is geen detail. Voor veel werknemers is het werkgeverspensioen de grootste post op hun persoonlijke balans, en hij ontbreekt volledig in elk cijfer op deze pagina. Hoe die pijlers zich tot elkaar verhouden staat in het artikel over de drie pensioenpijlers.
Aan de onderkant van de verdeling staat een cijfer dat er ook bij hoort: ruim tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft meer schulden dan bezittingen.
De grens schuift hard omhoog
Het bedrag dat je nodig hebt om bij de top tien procent te horen, verandert snel.
| Jaar | Ondergrens top tien procent |
|---|---|
| 2020 | €505.000 |
| 2022 | €670.000 |
| 2023 | €680.000 |
Vijfendertig procent hoger in drie jaar. Die stijging komt niet doordat mensen meer zijn gaan sparen, maar doordat de woningmarkt is gestegen. Voor de meeste huishoudens is de eigen woning het belangrijkste vermogensbestanddeel, en als huizen duurder worden schuift de hele verdeling mee.
Dat is meteen de eerste reden om voorzichtig te zijn met deze grenzen: ze meten grotendeels de huizenmarkt, niet je financiële positie.
Wat die bedragen in jaren betekenen
Hier wordt het bruikbaar. Een bedrag zegt niets zonder je uitgaven ernaast. Hoeveel jaar dekt elk bedrag, bij een reëel rendement van 4%?
| Drempel | Bedrag | Bij €2.000 p/m | €3.000 p/m | €4.000 p/m | €5.000 p/m |
|---|---|---|---|---|---|
| Boven de mediaan | €135.500 | 6,5 jaar | 4,2 jaar | 3,1 jaar | 2,4 jaar |
| Top tien procent | €680.000 | eeuwig | 35,9 jaar | 21,3 jaar | 15,4 jaar |
| Miljonair | €1.000.000 | eeuwig | eeuwig | 45,7 jaar | 28,0 jaar |
| Top één procent | €3,9 miljoen | eeuwig | eeuwig | eeuwig | eeuwig |
Kijk naar de bovenste rij. Wie meer heeft dan de helft van Nederland en €4.000 per maand uitgeeft, kan daar drie jaar van leven. Dat is een buffer, geen rijkdom.
En kijk naar de tweede rij. Hetzelfde bedrag van €680.000 is eeuwig genoeg bij €2.000 per maand en raakt op in vijftien jaar bij €5.000 per maand. Zelfde bedrag, totaal ander antwoord.
De vijfde definitie: rijk is een verhouding
Daaruit volgt de enige definitie die iets zegt over jou.
Je bent rijk genoeg wanneer je vermogen je uitgaven kan dragen. Dat is geen rangorde maar een verhouding, en hij heeft een exact omslagpunt: het moment waarop je rendement je uitgaven dekt.
| Jaarlijkse uitgaven | Eeuwig genoeg vanaf |
|---|---|
| €24.000 | €600.000 |
| €30.000 | €750.000 |
| €36.000 | €900.000 |
| €42.000 | €1.050.000 |
| €48.000 | €1.200.000 |
| €60.000 | €1.500.000 |
Iemand met €24.000 aan uitgaven is met zes ton klaar. Iemand met €60.000 aan uitgaven heeft anderhalf miljoen nodig, en zit bij een miljoen dus niet in de buurt.
Dat is waarom twee mensen met exact hetzelfde vermogen in een totaal verschillende positie kunnen zitten, en waarom een landelijke rangorde daar niets over zegt.
In Nederland ligt het lager dan de tabel suggereert
De tabel hierboven gaat ervan uit dat je vermogen je uitgaven eeuwig moet dragen. Voor een Nederlander klopt dat niet, want vanaf je AOW-leeftijd komen AOW en aanvullend pensioen binnen.
Wat je werkelijk nodig hebt, bij €18.000 AOW en €12.000 pensioen:
| Uitgaven per jaar | Stoppen op 55 | Stoppen op 60 | Stoppen op 65 |
|---|---|---|---|
| €24.000 | €225.242 | €144.049 | €45.266 |
| €36.000 | €431.552 | €330.062 | €206.583 |
| €48.000 | €731.552 | €630.062 | €506.583 |
| €60.000 | €1.031.552 | €930.062 | €806.583 |
Zet dat naast de top-tien-procent-grens van €680.000. Iemand met €48.000 aan uitgaven die op zijn zestigste wil stoppen, heeft €630.062 nodig. Dat is onder die grens.
Met andere woorden: je kunt in Nederland stoppen met werken zonder tot de tien procent meest vermogende huishoudens te behoren. Hoe die berekening werkt staat in het artikel over je FIRE-getal.
Wie zitten er in de top tien procent?
Het beeld dat mensen hebben klopt maar half.
| Groep | Aandeel binnen de top 10% |
|---|---|
| Gepensioneerden | 40% |
| Werknemers | 33% |
| Zelfstandigen | 27% |
Veertig procent is dus met pensioen. Dat is geen groep met hoge salarissen maar een groep met tijd: decennia opbouw, een afgeloste woning, en een gespaard vermogen.
De samenstelling van het bezit verschilt ook sterk per laag. Bij de top tien procent bestaat dertig procent uit aanmerkelijk belang, dus aandelen in een eigen bedrijf. Binnen de top één procent is dat vierenvijftig procent. Rijkdom aan de bovenkant is grotendeels ondernemerschap; daaronder is het grotendeels vastgoed en tijd.
Waarom deze cijfers je waarschijnlijk teleurstellen
Twee dingen die maken dat je jezelf hier moeilijk in terugvindt.
Je pensioen ontbreekt. Een werknemer met dertig dienstjaren heeft een aanzienlijke aanspraak opgebouwd die in geen van deze getallen zit. Zijn werkelijke positie is beter dan de statistiek laat zien.
Het is een momentopname van een huishouden, niet van een leven. Een dertiger met een hypotheek en een studieschuld staat laag in de verdeling, en dat zegt vooral iets over zijn leeftijd. Een gepensioneerde met een afgelost huis staat hoog, en dat zegt vooral iets over de zijne. De verdeling meet levensfase minstens zo sterk als financieel gedrag.
Vergelijken met een landelijk cijfer is daarom een slechte manier om te weten waar je staat. Vergelijken met jezelf van vorig jaar, of met je eigen doelbedrag, zegt aanzienlijk meer.
Hoe Gylder hierbij past
De vraag achter "wanneer ben je rijk" is meestal een andere: heb ik genoeg?
Gylder telt je vermogen dagelijks bij elkaar over bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder. Dat is dezelfde definitie die het CBS hanteert, dus je eigen cijfer is direct vergelijkbaar met alles op deze pagina.
Je uitgaven worden automatisch gecategoriseerd, zodat je het tweede cijfer hebt dat de verhouding bepaalt. En met de brugcalculator reken je uit welk bedrag voor jouw situatie geldt, met je AOW-datum en pensioen erin, en sla je dat op als vermogensdoel.
Dan vergelijk je jezelf niet meer met een landelijke rangorde die huurders, tweeverdieners en gepensioneerden op één hoop gooit, maar met het bedrag dat voor jou iets betekent.
Wat dit niet vertelt
De cijfers zijn ruim anderhalf jaar oud. CBS publiceert met vertraging. Nieuwe cijfers over 2025 verschijnen in het najaar van 2026.
Pensioenaanspraken ontbreken volledig. Voor werknemers is dat vaak de grootste post.
De topvermogens worden mogelijk onderschat. Onderzoek suggereert dat de waarde van aanmerkelijk belang in de statistiek lager uitvalt dan de marktwaarde, waardoor het aandeel van de allerrijksten hoger ligt dan de officiële cijfers tonen.
Het zijn huishoudens. Een stel met ieder een half miljoen telt anders dan twee alleenstaanden met hetzelfde bedrag.
Veelgestelde vragen
Wanneer ben je rijk in Nederland? Daar is geen vast bedrag voor. Met €135.500 heb je meer dan de helft van Nederland, voor de top tien procent is €680.000 nodig, en miljonair ben je bij een miljoen.
Hoeveel vermogen heb je nodig voor de top tien procent? €680.000 volgens de meest recente CBS-cijfers. Drie jaar eerder was dat nog €505.000.
Waarom stijgt die grens zo snel? Omdat de eigen woning voor de meeste huishoudens het grootste vermogensbestanddeel is. Stijgen de huizenprijzen, dan schuift de hele verdeling mee.
Telt mijn pensioen mee? Nee. Het CBS rekent pensioenaanspraken niet mee, omdat ze niet vrij beschikbaar zijn.
Wanneer heb ik genoeg? Als je vermogen je uitgaven kan dragen. Bij €3.000 per maand aan uitgaven is dat ongeveer €900.000 als je vermogen het eeuwig moet doen, en aanzienlijk minder zodra je AOW en pensioen meerekent.