Rentenieren met 500.000 euro: kan dat, en wat kun je uitgeven?

Vijf ton draagt in Nederland meer dan de standaardsom aangeeft, omdat AOW en pensioen een deel overnemen. Bij stoppen op je zestigste gaat het om bijna €43.000 per jaar.

Gylder Team7 min lezenLees met AI

Met €500.000 kun je in Nederland ongeveer €42.798 per jaar uitgeven als je op je zestigste stopt. Dat is €3.566 per maand.

Dat is aanzienlijk meer dan de standaardberekening aangeeft. Als eeuwigdurend kapitaal levert vijf ton bij 4% onttrekking namelijk €20.000 per jaar op. Het verschil komt doordat je in Nederland maar een beperkt aantal jaren volledig zelf hoeft te dragen: vanaf je AOW-leeftijd komen er AOW en pensioen bij.

Wat vijf ton draagt

De draagbare uitgaven hangen af van twee dingen: wanneer je stopt, en welk reëel rendement je aanhoudt.

Stoppen opBrugjarenBij 3% reëelBij 4% reëelBij 5% reëel
5017€33.150€35.401€38.089
5512€36.041€38.738€41.705
607€39.393€42.798€46.320
625€40.878€44.658€48.506
652€43.278€47.737€52.211
670€45.000€50.000€55.000

Deze cijfers gaan uit van €18.000 AOW en €12.000 aanvullend pensioen vanaf je zevenenzestigste. Beide bedragen verschillen sterk per persoon, dus vervang ze door je eigen cijfers van de SVB en mijnpensioenoverzicht.nl.

Wat opvalt: tussen stoppen op je vijftigste en op je vijfenzestigste zit maar €12.336 aan draagbare jaaruitgaven. Vijftien jaar eerder stoppen kost je dus minder aan levensstandaard dan je zou denken, precies omdat AOW en pensioen er hoe dan ook aan komen.

Je inkomen is vlak, je bron verandert

Dit is het deel dat mensen verrast. Bij stoppen op je zestigste met €42.798 aan uitgaven ziet het er zo uit:

PeriodeUit je vermogenAOW en pensioenTotaal
60 tot en met 66€42.798€0€42.798
Vanaf 67€12.798€30.000€42.798

Je uitgaven blijven gelijk, maar wat je uit je eigen vermogen haalt daalt met ruim dertigduizend euro per jaar zodra je AOW ingaat.

Dat betekent dat de zeven jaar vóór je AOW-datum het zware deel zijn. Daar komt alles uit je vermogen. Daarna doet je vermogen nog maar een derde van het werk.

Wat er met je kapitaal gebeurt

Hier zit het beeld dat het geruststellendst is, en het is contra-intuïtief.

LeeftijdKapitaalOnttrekking dat jaar
60€500.000€42.798
63€423.491€42.798
66€337.430€42.798
67€306.417€12.798
70€303.131€12.798
72€300.715€12.798

Je vermogen daalt in de brugjaren van vijf ton naar ruim drie ton. Dat voelt alarmerend als je er middenin zit.

En dan stopt het met dalen. Vanaf je AOW-datum is je onttrekking zo klein geworden dat het rendement hem grotendeels opvangt. Het kapitaal stabiliseert rond drie ton en blijft daar.

Dat is de vorm van elke Nederlandse rentenierberekening: een dalende lijn tot je AOW-datum, en daarna een vlakke. Wie alleen naar de eerste jaren kijkt, denkt ten onrechte dat het plan niet houdbaar is.

Zit die vijf ton wel in de juiste vorm?

De belangrijkste kanttekening van dit hele artikel.

De berekening gaat ervan uit dat je €500.000 kunt aanspreken. Zit een deel in je eigen woning, dan is dat niet zo, want overwaarde levert geen inkomen op zolang je erin woont.

Stoppen op je zestigste, bij verschillende verdelingen:

In de woningLiquideDraagbare uitgaven
€0€500.000€42.798
€150.000€350.000€36.798
€250.000€250.000€32.798
€350.000€150.000€24.991

Zit de helft in steen, dan zakt je bestedingsruimte met tienduizend euro per jaar.

Daar staat één ding tegenover dat de tabel niet laat zien: als je hypotheek is afgelost, zijn je uitgaven ook lager. Die maandlast valt weg, en dat scheelt bij veel mensen enkele honderden euro's per maand. Hoe je je overwaarde en restschuld precies berekent staat in het artikel daarover.

Wat als het rendement tegenvalt?

De gevoeligheid is groot. Terug naar de eerste tabel, voor stoppen op je zestigste:

Reëel rendementDraagbare uitgaven
3%€39.393
4%€42.798
5%€46.320

Tussen 3% en 5% zit bijna zevenduizend euro per jaar. En dat is nog het gunstige beeld, want deze berekening rekent met een gemiddelde.

In werkelijkheid komt rendement in goede en slechte jaren, en zodra je onttrekt maakt de volgorde uit. Een forse daling in je eerste brugjaren doet aanzienlijk meer schade dan dezelfde daling tien jaar later, omdat je dan meer stukken moet verkopen om aan hetzelfde bedrag te komen. Dat staat uitgewerkt in het artikel over de 4%-regel.

Twee dingen die daartegen helpen. Houd een deel van je brugbedrag liquide, zodat je in een slecht jaar niets hoeft te verkopen. En houd ruimte om tijdelijk minder uit te geven; dat is de goedkoopste bescherming die er is.

Wat de berekening niet meeneemt

Belasting op je vermogen. Boven een vrijstelling betaal je jaarlijks over je vermogen. Dat drukt je netto rendement en hoort verwerkt te zijn in het reële percentage waarmee je rekent.

Je uitgaven veranderen. Bij de meeste mensen dalen ze na hun zeventigste, terwijl zorgkosten stijgen. De berekening houdt ze vlak, wat aan de voorzichtige kant is.

Je AOW-opbouw kan onvolledig zijn. Elk jaar buiten Nederland kost 2% van je AOW. Wie een aantal jaren in het buitenland heeft gewerkt, moet met een lager bedrag rekenen. Dat staat in het artikel over de hoogte van je AOW.

Je AOW-leeftijd staat misschien nog niet vast. Voor iedereen geboren op of na 1 oktober 1964 is de datum nog niet definitief, en elke verschuiving verlengt je brug.

Hoe Gylder hierbij past

Deze berekening staat of valt bij twee cijfers: hoeveel heb je werkelijk, en hoeveel daarvan kun je aanspreken.

Gylder telt je vermogen dagelijks bij elkaar over bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder, en toont de opsplitsing. Daarmee zie je precies wat de tabel hierboven vraagt: welk deel liquide is en welk deel in steen zit.

Je uitgaven worden automatisch gecategoriseerd, zodat je jaarcijfer op meting rust in plaats van op een maandbudget waar de onregelmatige posten uit zijn weggevallen.

Met de brugcalculator vul je je eigen AOW-bedrag, pensioen en stopleeftijd in, en zie je welk bedrag bij jouw situatie hoort. Dat kun je opslaan als vermogensdoel, waarna je voortgang er dagelijks tegen wordt afgezet.

Wat dit niet vertelt

De AOW- en pensioenbedragen zijn voorbeelden. €18.000 en €12.000 zijn plaatsvervangers. Jouw bedragen staan bij de SVB en op mijnpensioenoverzicht.nl, en het verschil tussen mensen is groot.

Het reële rendement is een aanname. Tussen 3% en 5% zit bijna zevenduizend euro per jaar aan bestedingsruimte.

Het model kent geen slechte jaren. Het rekent met een gemiddelde, terwijl de volgorde van rendementen bij onttrekken juist veel uitmaakt.

Dit is geen advies. Stoppen met werken op basis van vijf ton is een besluit met levenslange gevolgen. Laat het doorrekenen.

Veelgestelde vragen

Kan ik rentenieren met 500.000 euro? In Nederland wel, mits je uitgaven binnen het bedrag passen dat past bij je stopleeftijd. Bij stoppen op je zestigste gaat het om ongeveer €42.798 per jaar, bij stoppen op je vijftigste om €35.401.

Hoeveel rente krijg ik op 500.000 euro? Bij een spaarrekening onder de inflatie is je reële rendement negatief en krimpt je kapitaal. Deze berekening gaat uit van beleggen met een reëel rendement van 3 tot 5%.

Waarom is het bedrag hoger dan 4% van 500.000? Omdat je in Nederland niet je volledige uitgaven eeuwig uit je vermogen hoeft te halen. Vanaf je AOW-leeftijd komen AOW en pensioen erbij, en die nemen een groot deel over.

Wat als een deel van die 500.000 in mijn huis zit? Dan kun je er niet bij zonder te verkopen. Zit €250.000 in je woning, dan daalt je bestedingsruimte van €42.798 naar €32.798. Daar staat tegenover dat een afgeloste hypotheek je uitgaven verlaagt.

Raakt mijn kapitaal op? In dit voorbeeld niet. Het daalt tijdens je brugjaren van vijf ton naar ruim drie ton, en stabiliseert daarna omdat je onttrekking na je AOW-datum veel kleiner wordt.

Gerelateerde Artikelen