Je spaarquote is het deel van je inkomen dat je opzij zet. Spaar je €12.000 van een netto inkomen van €45.000, dan is je spaarquote 27%.
Dat cijfer bepaalt je tijdlijn naar financiële onafhankelijkheid sterker dan je rendement, en het werkt dubbel: je legt meer in én je hebt minder nodig.
De bekende tabel die spaarquote aan jaren koppelt, komt uit de Amerikaanse FIRE-beweging. Voor Nederland geeft die tabel een uitkomst die tot ruim twintig jaar te pessimistisch is.
Bruto of netto?
Eerst het probleem waar elke discussie over spaarquotes op stuit: mensen rekenen met verschillende noemers.
Neem iemand met €70.000 bruto, €45.000 netto, die €12.000 spaart:
| Berekening | Spaarquote |
|---|---|
| Op bruto inkomen | 17,1% |
| Op netto inkomen | 26,7% |
Hetzelfde spaargedrag, negen en een half procentpunt verschil in het gerapporteerde cijfer.
Reken op netto. Dat is het bedrag dat je werkelijk kunt verdelen tussen uitgeven en sparen, en het maakt je quote vergelijkbaar met je uitgaven. Rekenen op bruto klinkt bescheidener en is minder bruikbaar, want over dat deel dat naar de belasting gaat heb je geen keuze.
Kom je online een indrukwekkende spaarquote tegen, vraag dan eerst welke noemer is gebruikt.
Wat telt als sparen?
Drie posten waar discussie over is, en het antwoord verandert je cijfer aanzienlijk.
Aflossing op je hypotheek: ja. Dat is vermogen dat je opbouwt, ook al zit het in steen. Het verlaagt je schuld en verhoogt je overwaarde. Reken het mee, maar houd het apart zichtbaar, want het is minder liquide dan beleggingen.
Je pensioenpremie: verdedigbaar beide kanten op. Het is vermogensopbouw, maar je kunt er niet bij tot je pensioendatum. Reken je het mee, dan is je quote hoger en je beschikbare vermogen lager dan het lijkt. Mijn voorkeur: laat het buiten je quote en behandel het als de toekomstige inkomstenstroom die het is, zoals uitgelegd in het artikel over de drie pensioenpijlers.
Sparen voor een vakantie of een auto: nee. Dat is uitgestelde consumptie, geen vermogensopbouw. Het geld verdwijnt straks alsnog.
De regel die het simpelst werkt: wat je opzij zet en niet van plan bent uit te geven, telt mee.
De tabel, Amerikaans versus Nederlands
Nu het punt waar dit artikel om draait. Uitgangspunt: iemand van dertig, vanaf nul, netto inkomen €50.000, 4% reëel rendement.
| Spaarquote | Uitgaven | Inleg | Amerikaans doel | VS jaren | Nederlands doel | NL jaren | Stopt op |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 10% | €45.000 | €5.000 | €1.125.000 | 58,7 | €389.564 | 36,5 | 66,5 |
| 15% | €42.500 | €7.500 | €1.062.500 | 48,4 | €452.069 | 31,8 | 61,8 |
| 20% | €40.000 | €10.000 | €1.000.000 | 41,0 | €483.293 | 27,5 | 57,5 |
| 25% | €37.500 | €12.500 | €937.500 | 35,3 | €487.069 | 24,0 | 54,0 |
| 30% | €35.000 | €15.000 | €875.000 | 30,7 | €474.569 | 21,0 | 51,0 |
| 40% | €30.000 | €20.000 | €750.000 | 23,4 | €424.086 | 15,8 | 45,8 |
| 50% | €25.000 | €25.000 | €625.000 | 17,7 | €385.909 | 12,5 | 42,5 |
| 60% | €20.000 | €30.000 | €500.000 | 13,0 | €329.959 | 9,5 | 39,5 |
| 70% | €15.000 | €35.000 | €375.000 | 9,1 | €260.509 | 6,8 | 36,8 |
Het verschil in jaren:
| Spaarquote | Amerikaans | Nederlands | Sneller |
|---|---|---|---|
| 10% | 58,7 jaar | 36,5 jaar | 22,2 jaar |
| 20% | 41,0 jaar | 27,5 jaar | 13,5 jaar |
| 30% | 30,7 jaar | 21,0 jaar | 9,7 jaar |
| 40% | 23,4 jaar | 15,8 jaar | 7,6 jaar |
| 50% | 17,7 jaar | 12,5 jaar | 5,2 jaar |
Waarom Nederland zoveel sneller is
Omdat de Amerikaanse tabel uitgaat van vijfentwintig keer je jaaruitgaven, en dat veronderstelt dat je vermogen je uitgaven eeuwig moet dragen.
Hier komen vanaf je AOW-leeftijd AOW en aanvullend pensioen binnen. Je vermogen hoeft dus alleen de jaren tot die datum te overbruggen, plus het gat dat daarna overblijft. Dat is een aanzienlijk kleiner bedrag. Hoe die berekening werkt staat in het artikel over je FIRE-getal.
Het effect is het grootst bij lage spaarquotes, en dat is logisch: wie langzaam spaart, stopt later, en dan is de brug korter en het AOW-voordeel proportioneel groter. Bij een quote van 10% scheelt het tweeëntwintig jaar; bij 50% nog vijf.
Waarom het benodigde bedrag piekt rond 25%
Een resultaat dat tegen de intuïtie ingaat. Kijk nog eens naar de kolom "Nederlands doel":
Van 10% naar 25% stijgt het benodigde bedrag, van €389.564 naar €487.069. Daarna daalt het weer, tot €260.509 bij een quote van 70%.
Dat komt doordat er twee krachten tegen elkaar in werken.
Wie langzaam spaart, stopt laat. Bij een quote van 10% stop je op je zesenzestigste. Je brug is dan één jaar, dus bijna al je vermogen dient om het gat ná je AOW-datum te dekken. Dat is een klein bedrag.
Wie snel spaart, stopt vroeg. Bij een quote van 70% stop je op je zesenderigste. Je brug is dan eenendertig jaar, wat duur is, maar je uitgaven zijn zo laag dat het totaal alsnog beperkt blijft.
Rond een quote van 25% zitten die twee effecten in balans en is het benodigde bedrag het hoogst. Praktisch betekent dat: zit je rond dat niveau, dan levert een verhoging van je quote extra veel op, want je verlaagt je doel én verhoogt je tempo.
Waarom een hogere quote dubbel werkt
Dit is het mechanisme achter de hele tabel.
Van een quote van 20% naar 30% gaan bij een netto inkomen van €50.000 betekent:
- Je uitgaven zakken van €40.000 naar €35.000, dus je doel daalt
- Je inleg stijgt van €10.000 naar €15.000, dus je tempo stijgt
Elke euro die je van uitgeven naar sparen verschuift, werkt aan beide kanten. Dat is de reden dat je spaarquote zwaarder weegt dan je rendement, en dat staat uitgewerkt in het artikel over samengestelde rente: tien procentpunt spaarquote erbij levert meer op dan twee procentpunt extra rendement.
En het is een knop waar je aan kunt draaien. Rendement is dat niet.
Wat een realistische quote is
Eerlijke context bij de tabel, want die percentages zijn niet allemaal even haalbaar.
De Nederlandse spaarquote van huishoudens ligt gemiddeld ergens in de lage dubbele cijfers, sterk afhankelijk van inkomen en levensfase. Wie kinderen heeft en een hypotheek, zit doorgaans laag. Wie alleen woont met een goed inkomen, kan hoog uitkomen.
Twintig tot dertig procent is voor de meeste tweeverdieners zonder uitzonderlijke omstandigheden haalbaar. Boven de vijftig procent vraagt doorgaans een hoog inkomen, een lage woonlast, of beide.
Belangrijk: de tabel is geen wedstrijd. Het verschil tussen 20% en 25% is drie en een half jaar, en dat is meer waard dan het najagen van een percentage dat je niet volhoudt.
Hoe je hem verhoogt
Twee routes, en de ene is betrouwbaarder dan de andere.
Je uitgaven verlagen werkt onmiddellijk en dubbel. Elke €1.000 minder per jaar verhoogt je inleg met €1.000 en verlaagt je doelbedrag met ongeveer €25.000.
Je inkomen verhogen werkt alleen als het verschil naar je inleg gaat. Een salarisverhoging die volledig in je levensstijl landt, verhoogt je uitgaven en dus je doel, en brengt je netto verder van je doel af.
Dat tweede is de val waar de meeste hoge inkomens in trappen. Het is ook de reden dat spaarquote een betere maat is dan spaarbedrag: iemand die €2.000 per maand spaart van €10.000 inkomen is verder van onafhankelijkheid dan iemand die €1.000 spaart van €2.500.
Hoe Gylder hierbij past
Je spaarquote berekenen vraagt twee cijfers die de meeste mensen niet paraat hebben: wat komt er binnen en wat gaat eruit.
Gylder categoriseert je transacties automatisch, met een model dat volledig op eigen servers draait, en houdt overboekingen tussen je eigen rekeningen eruit. Daarmee is je uitgavencijfer een meting in plaats van een schatting, en dat is precies waar een spaarquote op stukloopt: mensen vergeten de onregelmatige posten.
Daarnaast zie je je vermogen dagelijks bijgewerkt over al je rekeningen. De combinatie van die twee is je spaarquote, en dan zie je ook of hij per maand klopt of alleen in het jaar dat je hem berekende.
Wat dit niet vertelt
De tabel gaat uit van vanaf nul beginnen. Heb je al vermogen, dan gaan alle tijdlijnen naar beneden.
De AOW- en pensioenbedragen zijn voorbeelden. €18.000 en €12.000 zijn plaatsvervangers. Je eigen bedragen staan bij de SVB en op mijnpensioenoverzicht.nl.
Het reële rendement is een aanname. Bij 3% in plaats van 4% liggen alle tijdlijnen aanzienlijk hoger.
Een constante spaarquote bestaat niet. Kinderen, een verbouwing, een baanwissel. De tabel rekent met een vast percentage over veertig jaar en dat houdt niemand aan.
Veelgestelde vragen
Wat is een spaarquote? Het deel van je inkomen dat je opzij zet, uitgedrukt in procenten. Bij €12.000 sparen van €45.000 netto is dat 26,7%.
Reken ik op bruto of netto inkomen? Op netto. Dat is het bedrag dat je werkelijk kunt verdelen tussen uitgeven en sparen. Op bruto rekenen geeft een lager cijfer voor hetzelfde gedrag.
Telt mijn hypotheekaflossing mee? Ja, dat is vermogensopbouw. Houd het wel apart zichtbaar, want het is minder liquide dan beleggingen.
Telt mijn pensioenpremie mee? Daar is discussie over. Het is vermogensopbouw waar je niet bij kunt tot je pensioendatum. Mijn voorkeur is om hem buiten je quote te laten en als toekomstig inkomen te behandelen.
Wat is een goede spaarquote? Twintig tot dertig procent is voor veel huishoudens haalbaar en levert een tijdlijn van eenentwintig tot achtentwintig jaar op vanaf nul. Beter een quote die je volhoudt dan een percentage dat je najaagt.