Stoppen op je vijfenzestigste vraagt bij €40.000 aan jaaruitgaven ongeveer €338.000 aan eigen vermogen.
Dat is minder dan de meeste mensen verwachten, om twee redenen. De brug tot je AOW is maar twee jaar, en je kunt je pensioen in die periode al laten ingaan. Val je bovendien onder de vervroegde-uittredingsregeling, dan blijft er van die brug bijna niets over.
Vijfenzestig is al lang de pensioenleeftijd niet meer
Voor veel mensen voelt vijfenzestig nog steeds als de vanzelfsprekende leeftijd om te stoppen. Dat is begrijpelijk: het wás decennialang de AOW-leeftijd.
Sinds 2013 schuift die op. In 2026 en 2027 is de AOW-leeftijd zevenenzestig jaar, en vanaf 2028 wordt het zevenenzestig jaar en drie maanden.
Stoppen op je vijfenzestigste is daarmee geen standaardkeuze meer maar een vorm van vervroegd pensioen. Twee jaar, en dat is een overzichtelijk probleem vergeleken met de tien jaar waar de FIRE-beweging over praat.
Wat je pensioen wordt als je op je 65e begint
Twee effecten stapelen, en samen zijn ze groter dan mensen verwachten.
Je bouwt drie jaar minder op. De pensioenrichtleeftijd staat op achtenzestig. Stop je op je vijfenzestigste, dan mis je drie opbouwjaren. Bij veertig opbouwjaren die €12.000 opleveren kost dat €900 per jaar, waarmee je op €11.100 uitkomt.
Je uitkering wordt actuarieel verlaagd. Datzelfde bedrag moet nu over tweeëntwintig jaar in plaats van negentien. Dat drukt de uitkering met ongeveer 11%.
| Bedrag per jaar | |
|---|---|
| Volledig pensioen op 68 | €12.000 |
| Na drie jaar minder opbouw | €11.100 |
| Na actuariële verlaging | €9.856 |
Achttien procent lager dan het bedrag op je pensioenoverzicht. Dat verschil komt dus maar voor twee derde uit het vervroegen zelf; de rest is gemiste opbouw.
De brug van twee jaar
Van je vijfenzestigste tot je zevenenzestigste heb je geen AOW. Wel je vervroegde pensioen.
| Bedrag | |
|---|---|
| Jaarlijkse uitgaven | €40.000 |
| Pensioen vanaf 65 | −€9.856 |
| Zelf op te brengen per jaar | €30.144 |
Twee jaar lang €30.144 kost je vandaag €56.855. Dat is de contante waarde: je hebt niet twee keer het volle bedrag nodig, omdat wat er nog staat rendement blijft maken.
Wat je in totaal nodig hebt
Na je AOW-datum komt er €18.000 AOW bij je €9.856 pensioen, samen €27.856. Je uitgaven zijn €40.000, dus er blijft een gat van €12.144 per jaar.
Om dat blijvend te dekken heb je op je vijfenzestigste €280.704 nodig.
| Bedrag | |
|---|---|
| Brug van twee jaar | €56.855 |
| Aanvulling na je AOW-datum | €280.704 |
| Benodigd vermogen op je 65e | €337.559 |
Vervroegen of wachten? Het maakt bijna niets uit
Nu de vraag waar dit artikel om draait. Je kunt ook op je vijfenzestigste stoppen met werken en je pensioen pas op je achtenzestigste laten ingaan. Dan overbrug je drie jaar volledig zelf, maar houd je een hogere uitkering.
Wat kost dat?
| Variant | Benodigd vermogen op je 65e |
|---|---|
| Pensioen ook vanaf 65 | €337.559 |
| Pensioen pas vanaf 68 | €337.253 |
| Verschil | €306 |
Driehonderd euro, op een doelbedrag van ruim drie ton.
Dat is geen toeval. De actuariële verlaging is zo berekend dat beide routes over een gemiddeld leven ongeveer evenveel waard zijn. Wat je vooraan wint, lever je achteraan in.
De keuze is dus niet financieel. Hij gaat over iets anders.
Waarom wachten netto tóch iets beter uitpakt
Er is één verschil dat niet in de berekening hierboven zit, en het is in je nadeel als je vervroegt.
Tot je AOW-leeftijd betaal je AOW-premie over je inkomen. Vanaf je AOW-leeftijd niet meer. Dat scheelt ongeveer achttien procentpunt in de eerste schijf.
Pensioen dat je vóór je AOW-datum opneemt, is dus netto minder waard dan hetzelfde pensioen daarna. Bij €9.856 bruto over twee jaar gaat het om enkele duizenden euro's.
Bruto zijn de twee routes gelijkwaardig. Netto wint wachten met een kleine marge.
Daar staat één praktisch voordeel van vervroegen tegenover: je hoeft in die twee jaar minder uit je eigen beleggingen te halen. Valt die periode samen met een beursdaling, dan is dat meer waard dan het belastingverschil. Dat is precies het volgorderisico waar elke onttrekkingsstrategie mee te maken heeft.
Met de vervroegde-uittredingsregeling
Vijfenzestig valt binnen het venster van de RVU, want die reikt tot drie jaar voor je AOW-leeftijd.
Val je onder de zwaarwerkafbakening van je sector, dan kan je werkgever je tot je AOW-datum een uitkering geven van ongeveer €2.357 bruto per maand, netto ongeveer gelijk aan een netto AOW-uitkering.
Over twee jaar is dat ongeveer €46.945 waard in kapitaal.
| Bedrag | |
|---|---|
| Brug van twee jaar | €56.855 |
| Waarde van de RVU-uitkering | −€46.945 |
| Resteert | €9.910 |
Bijna niets. De regeling dekt in dit geval het grootste deel van de brug, en dat komt doordat twee jaar precies de sterkte van de RVU is: hij is gemaakt voor de laatste jaren voor je AOW.
Sinds 1 januari 2026 geldt de regeling wel uitsluitend voor werknemers met zwaar werk die aantoonbaar niet gezond kunnen doorwerken. Val je daar niet onder, dan is deze route dicht. Meer daarover staat in het artikel over eerder stoppen met werken.
Deeltijdpensioen als tussenweg
Er is een derde variant die bij twee brugjaren bijzonder goed werkt: gedeeltelijk met pensioen en gedeeltelijk doorwerken.
Neem bijvoorbeeld de helft van je pensioen op en werk twee dagen. Je uitkering wordt dan maar over die helft verlaagd, over de dagen die je werkt loopt je opbouw door, en je inkomen uit werk overbrugt de rest.
Bij een brug van twee jaar is dat vaak de gunstigste uitkomst van alle varianten, omdat je alle nadelen halveert in plaats van er één volledig te accepteren.
Hoe Gylder hierbij past
De rekensom hierboven leunt op twee cijfers die de meeste mensen niet paraat hebben: wat geef je werkelijk uit, en wat heb je werkelijk.
Gylder categoriseert je uitgaven automatisch en telt je vermogen dagelijks bij elkaar over bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder. De brugcalculator rekent daarmee uit wat je op je gewenste stopdatum nodig hebt en slaat het op als vermogensdoel met die datum erbij.
Je pensioen vul je in als jaarbedrag vanaf je AOW-datum. Vervroeg je het, dan gebruik je het verlaagde bedrag, want dat is wat er werkelijk binnenkomt.
Wat dit niet vertelt
De verlaging verschilt per regeling. De 11% in dit artikel gaat uit van een rekenrente van 2% en een levensverwachting tot ongeveer 87. Je uitvoerder rekent met eigen tafels.
De opbouw is vereenvoudigd. De berekening deelt je pensioen evenredig over veertig jaar. Regelingen bouwen zelden precies lineair op.
De belastingbedragen zijn benaderingen. Ze laten zien dat er een verschil is tussen voor en na je AOW-datum, niet wat jij betaalt.
Dit is geen advies. Vervroegen is onomkeerbaar. Vraag je uitvoerder om doorrekeningen van alle drie de varianten voordat je iets vastlegt.
Veelgestelde vragen
Kan ik op mijn 65e stoppen met werken? Ja, als je het kunt betalen. Bij €40.000 uitgaven en een AOW-leeftijd van 67 heb je daar ongeveer €338.000 aan eigen vermogen voor nodig.
Hoeveel pensioen krijg ik als ik op mijn 65e begin? In het voorbeeld hierboven €9.856 in plaats van €12.000, oftewel 18% minder. Dat komt voor een deel uit de actuariële verlaging en voor een deel uit drie jaar minder opbouw.
Is het beter om mijn pensioen op 65 of op 68 te laten ingaan? Bruto scheelt het nauwelijks: in dit voorbeeld €306 op ruim drie ton. Netto wint wachten met een kleine marge, omdat je voor je AOW-datum AOW-premie betaalt over je pensioen.
Waarom is 65 niet meer de pensioenleeftijd? De AOW-leeftijd is sinds 2013 stapsgewijs verhoogd en is gekoppeld aan de levensverwachting. In 2026 is hij 67 jaar.
Kan ik de RVU gebruiken om op mijn 65e te stoppen? Alleen als je onder de zwaarwerkafbakening van je cao valt. Sinds 2026 is de regeling daartoe beperkt. Val je eronder, dan dekt hij bij een AOW-leeftijd van 67 het grootste deel van de twee brugjaren.