Je werkelijk rendement in box 3 is wat je vermogen in één kalenderjaar opbracht: rente, dividend, huur en waardeveranderingen, ook als je niets verkocht, min de rente die je betaalde op box 3-schulden. Is dat totaal lager dan je box 3-inkomen na het heffingsvrij vermogen, dan kun je het als tegenbewijs doorgeven en betaal je belasting over het lagere bedrag.
Voor spaarders levert dat zelden iets op, zie ons artikel over box 3 over spaargeld, maar voor beleggers en eigenaren van een tweede woning ligt het anders. Bij een dalende beurs kan hun werkelijk rendement ver onder het fictief rendement van 5,53% tot 6,17% uitkomen dat box 3 tussen 2022 en 2025 voor beleggingen aannam. Hieronder lees je wat meetelt, hoe je het berekent en doorgeeft, met twee rekenvoorbeelden.
Wat telt als werkelijk rendement in box 3?
Volgens de Belastingdienst is je werkelijk rendement de echte opbrengst van je vermogen in een jaar, inclusief waardeveranderingen. Daaronder vallen rente, dividend, huur en de stijging of daling van aandelen, fondsen, crypto en vastgoed, of je nu iets verkocht of niet. Anders dan bij het fictief rendement, dat alleen naar 1 januari kijkt, telt hier ook mee wat er in de loop van het jaar gebeurt. Alle winsten en verliezen worden opgeteld, en een negatief totaal wordt € 0 zonder dat je het verlies naar een ander jaar meeneemt.
Kosten mag je niet aftrekken, dus transactiekosten, fondskosten en onderhoud aan een tweede woning blijven buiten de som. Betaalde rente op een box 3-schuld mag je wel aftrekken, zonder schuldendrempel. Ook het heffingsvrij vermogen geldt niet, zoals de Hoge Raad besliste en de Belastingdienst bevestigt in de veelgestelde vragen over het formulier. Je vergelijkt je werkelijk rendement daarom met je box 3-inkomen ná het heffingsvrij vermogen (het voordeel uit sparen en beleggen op je aanslag), en niet met het volledige fictief rendement.
Tweede woning en verhuurd vastgoed
Bij een verhuurde woning is het werkelijk rendement de kale huur zonder servicekosten, plus de verandering van de WOZ-waarde in dat jaar. Bij een tweede woning die je zelf gebruikt, telt alleen de WOZ-verandering, en trek je de hypotheekrente voor die woning af. Vanaf belastingjaar 2026 komt daar een bijtelling voor eigen gebruik bij, namelijk de economische huurwaarde of 5,06% van de WOZ-waarde, naar rato van de dagen dat je de woning kunt gebruiken. Je eigen woning valt in box 1.
Hoe bereken je je werkelijk rendement stap voor stap?
Voor een beleggingsrekening gebruiken de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst één formule: dividend plus de waarde op 31 december, min de waarde op 1 januari, min aankopen, plus verkopen. Stortingen en opnames zijn dus geen rendement, omdat die correctie het geld wegstreept dat je erin stopte of eruit haalde. Voor een volledig belastingjaar werk je in deze volgorde:
- Noteer de waarde van elke rekening en belegging op 1 januari en 31 december.
- Tel per rekening de aankopen en verkopen van beleggingen in dat jaar op.
- Tel de ontvangen rente, het ontvangen dividend en de kale huur op.
- Tel de WOZ-verandering van vastgoed op, en vanaf 2026 de bijtelling voor eigen gebruik.
- Trek de betaalde rente op box 3-schulden af, en zet een negatief totaal op € 0.
- Vergelijk de uitkomst met het box 3-inkomen op je aanslag of in je aangifte.
Bij DEGIRO geeft het jaaroverzicht de waarde op 31 december, terwijl het rekeningoverzicht aankopen, verkopen, dividend en dividendbelasting op aparte regels toont, zoals je leest in je DEGIRO-jaaroverzicht lezen. Wil je weten hoe goed je hebt belegd, dan zijn het tijdgewogen en geldgewogen rendement betere maatstaven dan dit bedrag in euro's.
Rekenvoorbeeld: wanneer tegenbewijs loont en wanneer niet
Neem een alleenstaande belegger met € 15.000 spaargeld en een aandelenportefeuille van € 180.000 op 1 januari 2022. In 2022 kocht die voor € 6.000 bij, ontving € 1.800 dividend en geen rente, en op 31 december was de portefeuille € 166.000 waard. Het werkelijk rendement is € 1.800 + € 166.000 − € 180.000 − € 6.000 = −€ 18.200, en dat wordt € 0. Met de regels voor 2022 (5,53% op beleggingen, € 50.650 heffingsvrij vermogen en een tarief van 31%) is het box 3-inkomen € 7.369, zodat tegenbewijs de volledige € 2.284 aan belasting scheelt.
In 2024 begint dezelfde belegger met € 25.000 spaargeld en € 200.000 aan beleggingen. Die koopt voor € 6.000 bij, ontvangt € 600 rente en € 2.000 dividend en eindigt het jaar op € 222.000, een werkelijk rendement van € 18.600. De regels voor 2024 (1,44% op spaargeld, 6,04% op beleggingen, € 57.000 heffingsvrij vermogen, tarief 36%) geven een box 3-inkomen van € 9.289, waardoor het fictief rendement duidelijk goedkoper uitvalt.
| 2022 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vermogen op 1 januari | € 195.000 | € 225.000 |
| Werkelijk rendement | −€ 18.200, wordt € 0 | € 18.600 |
| Box 3-inkomen na heffingsvrij vermogen | € 7.369 | € 9.289 |
| Belasting met fictief rendement | € 2.284 | € 3.344 |
| Belasting over werkelijk rendement | € 0 | € 6.696 |
| Tegenbewijs loont onder | 3,78% van het vermogen | 4,13% van het vermogen |
De onderste regel zegt het meest, omdat het box 3-inkomen na aftrek van het heffingsvrij vermogen maar een deel van het fictief rendement is. Tegenbewijs kan dus ook lonen als je werkelijk rendement positief is, zolang het onder dat deel van je vermogen blijft. Een gemengd vermogen telt als geheel, wat in 2022 uitmaakte. Volgens de Belastingdienst daalden aandelen dat jaar gemiddeld 7,97% terwijl de WOZ-prijsindex met 20,33% steeg, dus een tweede woning kon het verlies op aandelen tenietdoen.
Hoe en tot wanneer geef je tegenbewijs door?
Voor 2017 tot en met 2024 gebruik je het aparte formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR), één per jaar, dat voor 2020 tot en met 2024 in Mijn Belastingdienst staat. Voor 2021 tot en met 2024 mag je het altijd invullen, ook zonder brief. Voor 2017 tot en met 2020 heb je een brief van de Belastingdienst nodig, die alleen kwam na tijdig bezwaar of een tijdig verzoek. De Hoge Raad besliste in de procedure Massaal bezwaar plus dat anderen er geen recht op hebben. De termijn staat in je brief, en mis je die, dan kun je nog bezwaar maken tegen de aanslag, of binnen vijf jaar na het belastingjaar insturen als ook dat te laat is.
Vanaf 2025 is er geen apart formulier meer, omdat de aangifte inkomstenbelasting zelf naar je werkelijk rendement vraagt zodra je vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. De Belastingdienst rekent dan beide uit en past de voordeligste uitkomst toe. Heb je je aangifte over 2025 al zonder werkelijk rendement ingediend, dan kun je je aangifte wijzigen tot vijf jaar na het belastingjaar. Over 2026 geef je het door in de aangifte die je in 2027 doet.
Op een beslissing moet je wachten, want de Belastingdienst stuurt de eerste berichten in 2026, maar zegt dat het tot 2030 kan duren. Daarnaast stelde het kabinet op 29 september 2026 voor om financiële instrumenten vanaf 2028 bij verkoop te belasten en het heffingsvrij vermogen voor 2027 te verlagen naar € 30.846. Dat is een voorstel en nog geen wet (stand 14 oktober 2026), en de Raad van State adviseert naar verwachting eind oktober. Ons overzicht van de box 3-voorstellenvolgt de details.
Hoe Gylder hierbij past
Gylder (gylder.nl) is een vermogensdashboard, geen budget-app. Het legt elke dag een momentopname van je gekoppelde rekeningen vast, zodat je vanaf de dag dat je koppelt de saldi op 1 januari en 31 december terugziet (volledige geschiedenis vraagt het Pro-abonnement). Gylder toont ook kostprijs, winst en dividend, maar berekent je box 3-belasting niet, vult het OWR-formulier niet in en doet geen aangifte voor je.
Wat dit niet vertelt
De voorbeelden gaan uit van een alleenstaande zonder fiscale partner, schulden of vastgoed, afgerond op hele euro's. Met een partner wordt het werkelijk rendement verdeeld in dezelfde verhouding als de grondslag in je aangifte, en kan de uitkomst per partner verschillen. Ook kan het fictief rendement in je brief afwijken van deze bedragen. Dit artikel is algemene informatie, geen financieel advies, en bij vastgoed of grote bedragen kan een belastingadviseur je cijfers controleren.
Veelgestelde vragen
Telt ongerealiseerde koerswinst mee als werkelijk rendement in box 3? Ja, de waardeverandering over het jaar telt mee, of je nu verkocht of niet, dus ook een koersstijging van aandelen die je hebt gehouden.
Mag ik transactiekosten of fondskosten aftrekken van mijn werkelijk rendement? Nee, kosten zijn niet aftrekbaar, en de enige uitzondering voor beleggers is betaalde rente op een box 3-schuld.
Geldt het heffingsvrij vermogen ook bij werkelijk rendement? Nee, het heffingsvrij vermogen geldt alleen voor het fictief rendement, en daarom vergelijk je je werkelijk rendement met je box 3-inkomen na aftrek ervan.
Kan ik over 2022 nog tegenbewijs indienen? Ja, voor 2021 tot en met 2024 mag je de Opgaaf werkelijk rendement altijd invullen in Mijn Belastingdienst, ook als je geen brief hebt gekregen.
Ben ik verplicht om tegenbewijs in te dienen? Nee, het is vrijwillig, en valt je werkelijk rendement hoger uit, dan houdt de Belastingdienst de fictieve berekening aan, zodat je nooit meer betaalt.