De meeste rekentools vragen je op welke leeftijd je wilt stoppen en zeggen dan hoeveel je nodig hebt. Dat is nuttig, maar het is niet de vraag die de meeste mensen hebben.
De echte vraag luidt andersom: gegeven wat ik nu heb en wat ik opzijzet, wanneer kan ik stoppen?
Dit artikel loopt die berekening in vijf stappen door. Aan het eind heb je een leeftijd, en zicht op welke knop er het meeste aan schuift.
De vijf cijfers die je nodig hebt
Twee ervan weet je waarschijnlijk niet uit je hoofd. Zoek ze op voordat je begint, want een schatting werkt hier niet door.
- Je uitgaven na je stopdatum. Niet je huidige uitgaven, maar wat er overblijft als woon-werkverkeer wegvalt en je hypotheek mogelijk is afgelost.
- Je huidige vermogen. Alles bij elkaar: spaargeld, beleggingen, crypto. Je eigen woning laat je erbuiten tenzij je van plan bent te verkopen.
- Wat je jaarlijks opzijzet. Inclusief wat je zelf inlegt, exclusief je pensioenpremie.
- Je AOW-datum en bedrag. Te vinden bij de SVB. Het scheelt aanzienlijk of je alleen woont of samen.
- Je opgebouwde pensioen. Op mijnpensioenoverzicht.nl. Let op de verwachte uitkering per jaar, niet de opgebouwde waarde.
Plus één aanname: je verwachte reële rendement, dus na inflatie. Reken met 4% en herhaal met 3% om te zien hoe gevoelig je uitkomst is.
Stap 1: je uitgaven na je stopdatum
Begin bij wat je werkelijk uitgaf over de afgelopen twaalf maanden, inclusief alles wat onregelmatig is. Vakantie, tandarts, kapotte apparaten, cadeaus.
Trek daar vervolgens vanaf wat wegvalt als je stopt met werken. Bij veel mensen gaat het om enkele duizenden euro's per jaar: reiskosten, kleding, kant-en-klaar op drukke dagen, soms een tweede auto.
Kijk apart naar je hypotheek. Loopt die door na je stopdatum, dan hoort de maandlast erin. Is hij afgelost, dan niet, en dat scheelt fors omdat je benodigde vermogen een veelvoud is van je uitgaven.
Stap 2: wat er binnenkomt na je AOW-datum
Tel je verwachte AOW en je opgebouwde pensioen bij elkaar op.
Let op één ding dat vaak wordt vergeten: stop je eerder, dan bouw je minder pensioen op. Bij veertig opbouwjaren die samen €12.000 opleveren kost elk gemist jaar je €300 per jaar, levenslang. Vijf jaar eerder stoppen betekent dus €1.500 minder pensioen.
Het verschil tussen je uitgaven en wat er binnenkomt is je jaarlijkse gat na je AOW-datum.
Stap 3: het doelbedrag voor een gekozen leeftijd
Kies een leeftijd om mee te beginnen. Het doelbedrag bestaat uit twee delen.
De brug, van je stopdatum tot je AOW-datum:
Uitgaven × annuïteitsfactor. In Excel: =HW(0,04; aantal brugjaren; -uitgaven)
De aanvulling voor het gat daarna, contant gemaakt:
=(jaarlijks gat / 0,04) / (1,04^aantal brugjaren)
Opgeteld is dat wat je op je stopdatum moet hebben. De volledige uitleg van deze twee stappen staat in het artikel over je FIRE-getal.
Stap 4: waar je vermogen op die leeftijd staat
Nu de andere kant. Je huidige vermogen groeit door, en je blijft inleggen tot je stopdatum.
In Excel: =TW(0,04; jaren tot je stopdatum; -jaarlijkse inleg; -huidig vermogen)
Stap 5: vergelijk, en schuif de leeftijd
Is je verwachte vermogen hoger dan het doelbedrag, dan kun je op die leeftijd stoppen. Probeer een jaar eerder.
Is het lager, probeer een jaar later.
Schuif tot de twee elkaar raken. Dat is je vroegst haalbare stopdatum.
Wie dit niet met de hand wil doen: in Excel heet de functie Doelzoeken (Data, Wat-als-analyse, Doelzoeken). Zet het verschil tussen beide bedragen in een cel, laat Doelzoeken die op nul zetten door de leeftijdscel aan te passen.
Vier voorbeelden
Vier situaties, allemaal met AOW op 67 en 4% reëel rendement.
| Profiel | Leeftijd nu | Uitgaven | Vermogen | Inleg/jaar | Kan stoppen op |
|---|---|---|---|---|---|
| A | 55 | €38.000 | €280.000 | €15.000 | 60,0 |
| B | 48 | €45.000 | €200.000 | €18.000 | 60,5 |
| C | 58 | €32.000 | €150.000 | €10.000 | 62,0 |
| D | 42 | €40.000 | €180.000 | €22.000 | 53,5 |
Profiel D springt eruit, en niet door een hoog vermogen. D heeft minder gespaard dan A, maar begint vijftien jaar eerder en legt fors in. Dat is dezelfde les als bij samengestelde rente: tijd verslaat bedrag.
Profiel C laat het omgekeerde zien. Met €150.000 en €32.000 aan uitgaven lijkt het krap, maar omdat de uitgaven laag zijn is het doelbedrag ook laag. C stopt op zijn tweeënzestigste met een doel van €216.432, minder dan de helft van wat B nodig heeft.
Wat het meest aan je datum schuift
Neem profiel B, die op zijn zestigeneenhalfste kan stoppen, en verander één ding:
| Verandering | Kan stoppen op | Verschil |
|---|---|---|
| Basis | 60,5 | |
| €5.000 per jaar minder uitgeven | 58,5 | 2,0 jaar eerder |
| €6.000 per jaar meer inleggen | 59,0 | 1,5 jaar eerder |
| Allebei | 57,5 | 3,0 jaar eerder |
| Rendement blijkt 3% in plaats van 4% | 63,5 | 3,0 jaar later |
Twee dingen vallen op.
Minder uitgeven verslaat meer sparen. €5.000 minder uitgeven levert twee jaar op; €6.000 meer inleggen anderhalf. Dat komt doordat minder uitgeven twee keer werkt: je legt meer in én je hebt minder nodig. Datzelfde patroon zie je terug in elke berekening in deze reeks.
Je rendementsaanname is de grootste onzekerheid. Van 4% naar 3% kost je drie jaar, meer dan je beste bespaarpoging oplevert. En dat is geen knop waar je aan kunt draaien, het is een risico dat je draagt.
Dat pleit voor twee dingen: reken je datum ook door bij 3%, en behandel de uitkomst bij 4% als de gunstige variant in plaats van als de verwachting.
De fout die het vaakst gemaakt wordt
Mensen tellen hun pensioen bij hun vermogen op.
Dat gaat mis, want je pensioen is geen vermogen dat je kunt aanspreken. Het is een toekomstige inkomstenstroom die pas begint op je pensioendatum. Tel je het mee in stap 4, dan komt er een bedrag uit waar je niet bij kunt, en denk je jaren eerder te kunnen stoppen dan werkelijk het geval is.
Je pensioen hoort in stap 2 thuis, waar het je gat na je AOW-datum verkleint. Niet in stap 4. Dat onderscheid staat uitgewerkt in het artikel over de drie pensioenpijlers.
Hetzelfde geldt voor je eigen woning. Overwaarde is echt vermogen, maar levert geen inkomen op zolang je erin woont. Neem hem alleen mee als je van plan bent te verkopen of te verzilveren.
Hoe Gylder hierbij past
Van de vijf cijfers uit deze berekening zijn er twee die mensen structureel verkeerd inschatten, en het zijn net de twee die het zwaarst wegen.
Je uitgaven. Gylder categoriseert je transacties automatisch, met een model dat volledig op eigen servers draait, en houdt overboekingen tussen je eigen rekeningen eruit. Daarmee rust je jaarcijfer op meting in plaats van op een maandbudget waar de onregelmatige posten uit weggevallen zijn.
Je vermogen. Bank, broker, crypto, edelmetaal en je woning met de hypotheek eronder, opgeteld tot één doorlopend bijgewerkt bedrag.
De brugcalculator doet deze hele berekening voor je en slaat het resultaat op als vermogensdoel met je stopdatum erbij. De projectie loopt op je eigen gemeten groei in plaats van op een aangenomen percentage, dus je ziet of de uitkomst van deze berekening nog klopt naarmate de jaren verstrijken.
Je AOW en werkgeverspensioen kunnen er niet in. Die horen ook niet bij je vermogen, maar in stap 2 van deze berekening.
Wat dit niet vertelt
De uitkomst is zo goed als je uitgavencijfer. Zit je er 10% naast, dan schuift je datum ruwweg een jaar. Meet, schat niet.
De pensioenopbouw is vereenvoudigd. De berekening gaat uit van evenredige opbouw over veertig jaar. Regelingen werken zelden precies zo, en je uitvoerder geeft het exacte bedrag bij een eerdere stopdatum.
Rendement komt niet gelijkmatig. Het model rekent met een gemiddelde. In werkelijkheid maakt de volgorde uit zodra je gaat onttrekken, en een slechte eerste periode weegt zwaarder dan een slechte latere. Dat staat uitgewerkt in het artikel over de 4%-regel.
Dit is geen advies. Voor een besluit over vervroegd pensioen zijn de doorrekeningen van je eigen pensioenuitvoerder leidend, want die kent je regeling.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik of ik eerder kan stoppen met werken? Vergelijk twee bedragen: wat je op een gekozen leeftijd nodig hebt, en wat je vermogen op die leeftijd waard zal zijn. Schuif de leeftijd tot ze elkaar raken.
Telt mijn pensioen mee in mijn vermogen? Nee. Het verlaagt wat je nodig hebt na je AOW-datum, maar je kunt er niet bij vóór je pensioendatum. Tel je het mee als vermogen, dan reken je jezelf rijk.
Met welk rendement moet ik rekenen? Reken met 4% reëel en herhaal met 3%. Het verschil tussen die twee is bij de meeste mensen zo'n drie jaar, en dat zegt meer over de betrouwbaarheid van je uitkomst dan het getal zelf.
Moet ik mijn huis meetellen? Alleen als je van plan bent te verkopen. Wel telt een afgeloste hypotheek mee, want die verlaagt je uitgaven en daarmee je doelbedrag.
Hoe vaak moet ik dit opnieuw doen? Eén keer per jaar, of wanneer er iets structureels verandert aan je inkomen, uitgaven of pensioenopbouw.